Vader

Maanden geen bericht. Ja, het hakt er flink in, een moeder met een forse beroerte. Incontinent en behorend tot de minieme groep die allergisch reageert op catheters, waardoor ze nu in imperfecte ‘inco’s’ gekleed gaat, zonder onderbroek; imperfect, d.w.z.: het loopt er soms langs. Geen gevoel (had ze al niet) in haar linker lichaamshelft maar nu ook een linkerarm die dienst weigert en in onvoorspelbare spasmen uitschiet. Niet meer in staat op eigen benen te staan; daarmee verlies van een belangrijk revalidatiedoel. Een verblijfshuis waar schaarste regeert. Vooral om een negatieve reden nog aan het leven gebonden: geen afscheid kunnen nemen van haar kinderen (hoewel ze de halsbandparkieten en koolmezen met pindabolletjes aan de raamspijlen voedt).

Dat vertelde ze. Dat ontroert. Niet weten of je vooruit of terug moet kijken.

Lees meer »

Ach kunstenaar, toe spreek niet meer

Heinrich Vogeler - schilderij dat het ideaal bevriest, even later was hij gescheiden en zijn kunstenaarsgemeenschap uiteengevallen

Heinrich Vogeler, voor hij werd ingehaald door de geschiedenis

Veel kunstuitleg irriteert mij. Eerder dit jaar reageerde ik op de catalogustekst bij een Tjebbe Beekman-expositie. Gisteren stoorde me sommige informatie bij de Haagse School-expositie, momenteel te zien in het Haags Gemeentemuseum. Ik bezocht het museum afgelopen maand enkele keren, allereerst voor de glasexpositie. Ook kan ik symbolisten en aanverwanten moeilijk weerstaan, dit keer de prerafaëlieten. De laatsten blijven voor mij sprookjesvertellers maar ik heb er een zwak voor. Misschien uit weemoed naar een verloren gegane mogelijkheid. Na het verlies van God en de grote ideologieën staan symbolisten, hoewel eerder in de tijd, voor het verlies van het geloof in een kleinere droom, die van een vitaal, gezond onbewuste. Ook sprookjes zijn echter verbleekt, na mythen en bijbelse verhalen. Strips en cartoons, hun historische opvolgers, hebben nooit de pretenties en status gehad die sprookjes enige tijd bezaten. Lees meer »

Samen op

Ferdinand Hodler (in spiegelbeeld, want zo ligt mijn moeder vanuit mij bekeken)

Maandag heeft mijn moeder, negenenzeventig, een beroerte gehad. Mijn zus en ik waren, sinds een jaar, rustig bezig een geschikt columbarium of urnenveld te vinden en een geschikte urn, om niet overvallen te zijn als het moment komt; alles in overleg met mijn moeder, die aan huis gebonden is (we maakten foto’s).

Het grote verschil tussen voorbereiding en deze confrontatie met een mogelijk nabije werkelijkheid is een toegevoegd sterk gevoel van verantwoordelijkheid.

Sterven doe je niet alleen. Mijn moeder is op een onvoorspelbare tocht. De dood is dichtbij.

Ik had weleens gelezen of opgevangen dat, vlak voor de dood, de wegen van stervende en familie/omgeving scheiden. De een vertrekt, de anderen blijven. De stervende zou zich dat als eerste realiseren en ernaar handelen, in zichzelf keren. Men vertrekt alleen.

Zo gaat het nu in elk geval niet. Het dringt zich juist op dat mijn moeder mij en de andere kinderen nodig heeft. We begeleiden haar op een onzekere weg die we evenmin kennen als zij. We waken bij het leven. We reizen mee.

My first Sony

Hij zat geklonken aan zijn pc als een rhesusaapje aan zijn draadmoedermodel.

harlow

Ongedurig

Meijendel-vingertrommelen

Zelfde hek, man, constellatie. Vandaag zie ik niets.

Het is dat dat kijken mijn ding geworden is hier. Daardoor merk ik het kroos op het water (was er vorige keer niet) en de zwaluwen – ‘nieuw vorige keer’ - op: ze scheren weer, of nog steeds, boven het water.

Maar mijn ogen pakken niets. Ik vrees teken (ik draag een korte broek)(ja, maar vorige keer ook). Ik roffel op het hekpaaltje.

Volgende Pagina »