Tuinpad
Had ik niet dit blog, dan had ik deze dag laten passeren. Hoe erg is de melding: “Vandaag niets opvallends, memorabels meegemaakt”? Is dat jezelf failliet verklaren en moet ik mij zorgen maken? Of is het een weinig doordacht aanleggen van overspannen vitalistische normen (’elke dag meeslepend leven’)?
Een citaat van Gerit Krol: “Als je niet elke dag met een stok in je ziel roert, dan vries je dicht”.
- De noodzaak zich al dan niet zorgen te maken betreft misschien het verschil tussen ’stille wateren’ en ’stilstaand water’.
- Het omslagpunt (’vriespunt’) in de vergelijking is wanneer je elke dag niet meer doet dan het aangegroeide ijslaagje doorprikken, niet meer doet dan ‘de mogelijkheden openhouden’. Anders gezegd:
- Roeren alleen maakt geen vervuld mensenleven.
En indien ’stilstaand water’: ben je dan failiet? Wedervraag: zijn er overtollige mensen? Je maakt het anderen moeilijk als je malaise ontkent. Dan dwing je ze tegen hun zin mee te gaan of te confronteren. Beide brengt een vriend(in) maar enkele keren op. Duurzame malaise-ontkenners zijn niet failliet maar vriendschap en loyaliteit hebben hun grenzen. Blijf uit de buurt van die grens.
Te doorbreken is lauwheid. Die drukt mensen teneer en legt een grauwsluier over het leven. Jules de Corte schreef er een prangend liedje over, ‘Het feest dat nooit gevierd werd’. Maar wie signaleert het probleem.
Hoewel hij aan de stad het land had
bewoonde hij een fluttig flatje
in het drukke hart van Holland randstad
ter wille van een vaste baan.
Een raam waardoor hij op de kerk keek,
zijn altijd eendere sigaretje,
de vijfenveertiguurse werkweek
gaven hem grond om op te staan.
Hij had een vrouw en een tv,
die vielen allebei nog wel eens tegen,
die vielen allebei nog wel eens mee,
en zomers was er dan de regen
en met de rest was hij best tevree.
Omdat er op zijn balkon geen wild zat,
verschafte hij zichzelf de weelde
van twee parkietjes en een schildpad,
dat stelde verder niet veel voor.
Een tafel en een paar fauteuiltjes,
een orgel waar hij nooit op speelde,
het was allemaal niet veel beschuitjes
maar het kon er toch nog wel mee door.
Geen echt plezier, geen echt chagrijn,
geen echte vrede en geen echte ruzie
en heel het leven aan een vaste lijn,
en ’s winters was er de illusie
van het zal nou wel gauw wat warmer zijn.
Een man die nooit iets avontuurde,
die ’s avonds dutte of de krant las,
die elke droom het bos in stuurde
tot hij geen enkele droom meer had.
Passief in elke situatie,
net levend of hij een soort plant was,
zijn dorst en honger naar sensatie
die stilde hij met het ochtendblad.
Hij had een vrouw en een tv,
op tijd te werken en op tijd te eten,
dat viel niet tegen en dat viel niet mee,
en toen de maat was volgemeten
is hij gestorven op de wc.
Een lange omleiding bij mijn lauwe dag. Moest ik vandaag één gebeurtenis kiezen, dan het gesprek met X. Hij zegde zijn medewerking toe aan Y. Wat me raakt is het gemak, de jovialiteit en zijn vertrouwen in het samen oplossen van problemen, welk probleem dan ook. Dan steel ik ongemerkt momenten van gemist contact met een vader.
Hoera, ik voel wat.
Nog geen reacties
Leave a reply
