‘t Mannetje (een fantasie)
Wat een sof, de hele dag binnen, zonwering toe, een broeikas. Gelukkig vanavond een eind fietsen.
Onderweg ontmoet ik een man op een vierwieler. Van een afstand lijkt zijn karretje op een buggy, de kleine auto zonder dak op het onderstel van een Volkswagen Kever. Maar meer nog lijkt het of ik tegen een groot formaat elektrische grasmaaier aankijk of tegen een gestripte tractor op lage bandjes, een driewieler – met een vierde wiel om junior voor vallen te behoeden.
De man parkeert zijn karretje met draaiende motor op het weggedeelte voor fietsers. Hij spreekt een man in een sportwagen cabrio aan, gestald op het parkeerterrein naast een benzinestation. Het wekt de indruk van omhoog praten, iemand die volhardt in de joviale toon van gelijken, tegen de feiten in.
Dan trekt hij op naar het stoplicht, even verderop. Daar begint hij een nieuw gesprek, nu met een man links van hem in een lesauto.
Het licht verspringt. In een mum van tijd is hij weg. Beduusd staar ik het gat na waarin hij is verdwenen, de grijns als het ware nog op mijn gezicht.
Het is een andere man.
Eerst denk ik dat hij zich die stoere houding kan permitteren door de wetenschap van de paardenkrachten onder zijn kap. Dan besef ik dat ik hem helemaal niet stoer vond – voor het optrekken.
De bevangenheid blijft. Het wagentje transformeert met terugwerkende kracht in een valstrik, een open uitnodiging hem uit te lachen. De val klapt op het moment dat je beseft dat niet te doen. Je zwijgt ongemakkelijk. Je erkent: jij bent de baas.
Nog geen reacties
Leave a reply

