In de massa


Het eerste jaar van mijn studie wordt opgevrolijkt door twee foto’s. Ze tonen een groep mannelijke studenten in twee situaties: als zichzelf en uitgedost als jongeren uit de jaren vijftig. Het effect is hilarisch: wat stijf en ouwelijk ogen die korte kopjes, die kleding, die brilmonturen!

Even later, in de jaren tachtig, zijn de korte kopjes mode en het lange haar bijgezet bij de lange baard: als gedateerd en…hilarisch.

Daarna maak ik de terugkeer van het zware hoornen brilmontuur nog mee, als requisiet van de creatieve beroepen. Het montuur van mijn eerste bril, door mijn moeder voor me uitgezocht.

Een oudere studievriend verklaarde, midden jaren tachtig: “In de jaren zestig…als je aan de overkant van de straat iemand met lang haar zag, dan groette je elkaar, dan wist je: dat is een vriend!”. Ik kon me zijn vreugde voorstellen, en nog steeds. Even was het geste, geen pose.

De boodschap is helder: het is alles betrekkelijk.

Toch blijft mijn blik soms haken. Vandaag breng ik mijn pc voor reparatie naar de zoon van een vriend. Ik hem hem nog ooit luiers gewisseld. Hij draagt een broek met een laag kruis (maar minder laag als enige jaren terug, in de stijl die hij als skater geadopteerd had) en een Björn Borg-onderbroek, waarvan een reep van een decimeter boven de broekrand uitsteekt.

Is dit persoonlijke stijl, kostuum van een subcultuur of massaconsumptie? Lang geleden – in diezelfde jaren tachtig – las ik een sociologisch boek over popmuziek. Dat deelde de eerste klap uit. De auteur had onloochenbaar gelijk: liefhebbers ervaren hun favoriete underground band(s), geadoreerd door miljoenen, als de keus van de fijnproever. Maar ze kennen die band omdat het massacultuur is.
Branding – ik toon je mijn producten, die vertellen wie ik ben – is maar een verdunning van dit gegeven.

Boeddhisten glimlachen bij de suggestie een “nobody” te zijn. De meeste anderen zijn al gealarmeerd als een ander hetzelfde kledingstuk draagt.


Wij zijn in deze clip de you, niet in beeld


Nog geen reacties

Leave a reply