Weest uzelf, broeders, zusters

Boven het orakel van Delphi stond “Ken uzelve”. Die aansporing heeft door de eeuwen heen mensen geïnspireerd.

Ons inspireert hij in de vertaling naar het belang van “waarachtigheid”/ authenticiteit in de levenswandel. Overigens meer erfenis van de Romantiek dan van de Grieken.

Authenticiteit en zelfbeschikking zijn onze leidende idealen:

  1. je leven zelf inrichten, zonder ongewenste inmenging of dwang van buitenaf
  2. waarachtig leven, niet een slappe nabootsing van een ander zijn, een eigen stempel zetten. We willen in ons leven onszelf uitdrukken

Eerder haalde ik Joep Dohmen aan (ook bovenstaande idealen komen van hem), die aanspoorde aan je karakter te werken. Vandaag een kanttekening: in welke mate kun je zoiets?

  • Is “jezelf zijn” een kwestie van schaven en slijpen (vergelijk: je tuin onderhouden, cultuur)
  • of van “lotsbestemming”?

Natuurlijk kan het en/en zijn. Je kunt iets doen met het materiaal dat erfelijkheid en het lot (opvoeding, gebeurtenissen op je levenspad) je gegeven hebben.

Maar in welke mate? De Boer, die me tot deze kanttekening brengt, wijst meer dan ‘doe het zelver’-Dohmen op elementen van ‘passieve betekenisverlening’, op de mogelijkheid van ’verrast aantreffen’. Maant Dohmen ons als het ware ‘ons tuintje te onderhouden’, De Boer wijst terug naar iets verwant aan organische groei. 

De mogelijkheid van verrassing, van ’betekenisverlening buiten je om’ berust op de betekenisvolheid van al het beleefbare/bewuste volgens De Boer. Veel kan met elkaar ‘in gesprek’:

Het begrip ratio moet breed worden opgevat. Het slaat niet op een deel van de mens, naast willen en voelen, maar op de innerlijke aard van de typisch menselijke ‘bewogenheid’ door redenen, motieven en gevoelens. Het gaat om de wijze waarop die ‘werken’ (..) als argumenten die hun gewicht doen voelen, als begeerten die hun zaak bepleiten, als aandoeningen die hun kracht betuigen.

Ratio krijgt de algemeenheid van ‘geld’, dat alles vloeibaar maakt. Zo ook vertalen behoeften, motieven, aangedaanheden zich alle in ’druk in een bepaalde richting’, in beginsel voelbaar/bewust.

Hier blijkt pas ten volle dat het ‘zelf’ niet een bewust project is dat ik volgens de plannen verwerkelijk. [Ze] (..) is een produkt van de synthetiserende activiteit van de geest. Zij bouwt zich op in het proces van voortdurend zich verliezen en zich hervinden in het innerlijk tijdsbewustzijn.

Dat beeld van een doorlopend uiteenvallen en weer samenkomen spreekt me aan. Het combineert maximale flexibiliteit met stabiliteit. Het is namelijk niet gezegd dat het ‘zelf’ bij ieder samenkomen ‘veranderd’ moet zijn.

Maar nog meer sluit De Boer niet uit dat ’synthetiserende activiteiten van de geest’ een ongewild, ongestuurd karakter hebben.

Maar zonder reserves bij De Boer ben ik evenmin.

De menselijke onrust bestaat in het streven naar articulatie, expressie, ‘rekenschap’.

Hier weet ik niet of ik De Boer langzamerhand te mooi om waar te zijn vind worden. Hij voert onder andere de hoofdpersoon van Aantekeningen uit het ondergrondse op, boek dat ik recent ook bij Johan Goudsblom en Bas Heijne besproken zag. Terwijl bij Heijne de hoofdpersoon pleitbezorger van het onaangeharkte in het leven, van wildernis, is, geeft De Boer zijn razernij een positieve draai:

“De lange tirade tegen de rede (..) is zelf een fraai voorbeeld van de menselijke behoefte van verantwoording afleggen, van zijn ‘rationaliteit’. Zijn hartstochtelijke pleidooi voor het goed recht van de hartstocht, laat zien dat het redenen geven zelf een passie is.

Je kunt daarbij echter ook een hond die tot bloedens toe in zijn staart bijt zien.

De beeldspraak van tuinier en tuin - en mogelijk ook De Boer’s notie van rationaliteit - is vooringenomen. Ze stelt ons deels voor als planten, die weliswaar ‘woekeren’ kunnen maar niettemin een voorgeprogrammeerd einddoel hebben, in de kiem gegeven. Kun je Dohmen voorhouden dat materie tegenstribbelt, eigen wetten heeft (je kunt niet alles van jezelf maken), zo zou je tegen De Boer kunnen opmerken dat we wel levende materie maar zonder inherente zin of richting zijn. We zijn bewerker en bewerkte maar waar het heen moet…

Noot: de zorgvuldige lezer heeft het al gezien: ik stel ‘karakter’ en ‘authenticiteit’ aan elkaar gelijk. Dat is misschien ten onrechte. Dohmen en De Boer verdienen zorgvuldiger lezing.

Geen Reactie

No comments yet

Leave a reply