Aai me zacht over mijn bolletje
De secretaris checkt de mailbox niet, niet tijdig in elk geval.
- “Mijn privé-mail check ik vaker”
- “Waarom haal je onze mail dan niet binnen via je privé-email?!”
- “Hoe moet dat dan?”
- “Ach, dat zoek ik wel voor je uit!”
Want ik weet nog niet hoe dat met hotmail-accounts moet. En: zo onderscheid ik me weer met een goede daad.
Enkele dagen later vraag ik hem over de mail:
- “Met welk emailprogramma bekijk je je privé-mail?”
Geen antwoord.
Na een reminder:
- “Geen, die bekijk ik ook via het web”
Dan pas - meer precies: pas na de theoretische en proefondervindelijke vaststelling dat het zonder betaald hotmail-account (en dat hebben we niet) niet mogelijk is hotmail in Outlook binnen te halen* - kom ik met de reactie die al vanaf het begin de passende was geweest:
- “Als jij doet waarvoor je bent aangesteld, is het probleem opgelost” (maar dat zeg of mail ik niet)
Zo graag ga ik reddend rond.
If you see me getting high, knock me down
Zou wel kussend rond willen gaan
Want de lente komt er al aan.
Het is nog wat kil en het is nog wat guur
Maar ik trek me niets aan van de temperatuur.
Kuste de jongens op het gazon
In hun blauwe, hun rode japon.
Wat ook de buurvrouw ervan vond,
Ik kuste de buurman op zijn mond.
Maakten de kinderen teveel misbaar,
Ik kuste de kinderen zonder bezwaar.
Ik kuste de buurman achter zijn oor,
Nam ook de buurvrouw in een moeite door.
Zou wel kussend rond willen gaan
Want de lente komt er al aan.
Ik kuste hier Joop en ik kuste daar Cor,
Ik wist precies waar, dus dat zat wel snor.
En met een narcis in mijn hand
Een oud heertje fluks aangerand.
Met tulpenbos en vrolijk lied
Vergat ik natuurlijk de dieren ook niet.
Ik kuste de hond en ik kuste de kat
Tot ik geen speeksel meer over had.
Ik kuste de kievit door en door blij
Op haar ronde, gespikkelde ei.
Ik kuste het schaap en ik kuste het konijn
Waar ze het meest gevoelig zijn.
Ik kuste het varken, ik kuste de koe,
Ik gaf ze nog een klein tongzoentje toe.
Ik kuste het paard pardoes op het bit,
Een vurige hengst met karakter en pit.
Hij nam me toen mee op een prachtige rit,
Vandaar dat ik nu met een veulentje zit.
Ik kwam thuis bij moeder doodmoe,
Wierp het mens nog wat kushanden toe.
Ik kuste de tafel, ik kuste de stoel,
Ik kuste de kachel en verbrandde mijn smoel.
Ik zou wel kussend rond willen gaan
Maar de kachel is nog aan.
Godverredomme.
[Lente - Adèle Bloemendaal, tekst: Hans Dorrestijn]
*: Volgende dag: onjuist, er is het Outlook Connector-programmaatje.
Geen Reactie
No comments yet
Leave a reply
