Opzij

In de baarmoeder is het vrij zwemmen. Maar de Hel - dat is het zwembad. Drie soorten zwemmer maken het badwater onleefbaar:

  • de rugzwemmer: acht zich ontslagen van de plicht op anderen te letten; ‘Ik heb geen ogen in mijn achterhoofd’
  • de borstcrawler: idem, kan niet met zijn hoofd onder water kijken. Is ook wel de mening toegedaan dat het, met zijn snelheid, ondoenlijk is om met iedereen die hij tegenkomt rekening te houden. Veel handiger als iedereen het met hem doet. Het trage zwemtempo geeft daarvoor ook ruim de tijd.
  • keuvelende dames, onwrikbaar naast elkaar gelegen, die af en toe een ledemaat bewegen.

Herkent u dit? Dan herkent u vast ook het moment van reflectie: waar maak ik me druk om?

Ik zwem voor mijn conditie, ik trek baantjes. Wat maakt het uit dat ik zigzaggend zwem, zwemmen ‘moet’? Ik ben niet uit op recordtijden.

Toch spelen al snel eerkwesties op, zoals: ik wil niet alleen voor jou opzij gaan, ik wil zien dat jij dat ook weleens voor mij doet. Met daarbij horende handelingen als soms onverstoorbaar door zwemmen en het op de aanvaring laten aankomen.

Joep Dohmen, de pleitbezorger van de levenskunst, stelt het ook bij zichzelf vast. Alles mooi en aardig, een bibliotheek aan filosofen om uit te citeren - maar voor de kassa in de supermarkt slaan de vlammen uit bij een verkeerd gekozen rij of een treuzelaar voor hem.

Geen Reactie

No comments yet

Leave a reply