Hobby’s

Een fijn tussenmenselijk gesprek in een zakelijke context is als lopen in een mijnenveld. De aandacht voor jouw persoon heeft een zakelijk doel. Je zelfonthulling kan daarom maar het best even functioneel zijn. Met aandacht voor een spontane performance.

Vandaag had ik drie van zulke gesprekken, oriënterend. Een ging over mijn hobby’s. Hobby’s dus. Een begrip waarmee ik grote moeite heb. Dat zei ik ook. Sigarenbandjes verzamelen is een hobby. Een hobby is een kalmeringsmiddel voor lijders aan verveling. Misschien lijden wij allen wel aan verveling. Toch, ik zou geen medewerker in mijn bedrijf willen met een hobby. De kruiswoordpuzzel! Spil van een wiel, open plek in een bos!

Met babbelen over een begrip vul je geen persoonlijk gesprek. Dus ik noemde “boetseren”. Boetseren! Nuffige dames die vrouwenfiguren in wisselend expressieve stand uit hun edele grondmateriaal wringen! Handen gekromd in uiteenlopende gradaties van wanhoop (= mijn partner is niet ideaal). Wulpse oudere vrouwenlijven vol zinnelijkheid. Moeders met kind, een onderwerp dat zich ook goed leent voor een semi-abstracte niet-expressieve uitbeelding. (even de opgespaarde ergernis van jaren geloosd)


     erg hè, van Camille Claudel

Om het nuffige van ‘boetseren’ zeg ik vaak “ik klei”. Maar dat is al snel net zo een maniertje. De viriele natuurmens met de poten in de grond, die in intiem contact met het oer produceert.

Ik leek te overtuigen als amateurkunstenaar (“technisch imperfect maar heb wel veel ideeën, krijg ik te horen en zo is het ook”). Mogelijk ook met mijn impliciete kernboodschap ”ik ben een creatieve ideeënman”. Maar om het even niet. Want ik ben niet bedreven in impression management.


Amsterdam CS vanmiddag: in de nok zijn met moeite twee ballonnetjes te zien, bij het hoogste punt van de tweede ‘driehoek’ van boven.

Nog geen reacties

Leave a reply