Doctor, doctor

Mijn moeder heeft een gezegende leeftijd. Een van de zegeningen is dat iedereen om haar heen wegvalt. Daar had ik nou nooit bij stilgestaan. Haar crematie zal een kleine bedoening zijn. Een ander kenmerk, wel voorzien, is afnemende weerstand en (dus) toenemende kwaaltjes en klachten. Door die toename valt me echter ook meer de geestelijke component van klachten op, of beter: het effect als je iets “psychisch” noemt.

Bijvoorbeeld. Mijn jongste broer met schizofrenie is vorig jaar, eindelijk, ondergebracht in een beschermde woonvorm. Zijn functioneren ging de laatste anderhalf jaar met sprongen achteruit. Hij stond op de wachtlijst voor een beschermde woonvorm, maar het schoot niet op. In die woonvorm was het wachten op het overlijden van huidige bewoners.

Zijn achteruitgang liet mijn moeder niet onberoerd. Stressvol was vooral het niets kunnen doen, het machteloos moeten toezien. Ze wil maar kan niet. Dit gevoel bleef, hoewel de overige kinderen naar beste vermogen bijsprongen.

We maakten mijn moeder die periode geregeld ‘er doorheen’ mee. Dat op zichzelf alarmeerde ons weer en leidde tot een nieuwe belronde met instanties (“Kan het niet wat sneller”, “zijn er geen alternatieven”). Een veelheid aan klachten kreeg het label “stress om Peter”, onder andere een loopneus en een ‘rommelende’ maag. Maar inmiddels zijn we een lente en zomer verder en zijn loopneus en rommelende maag teruggekeerd. En zo hoor ik mijn moeder vandaag tussen neus en lippen verklaren: “Het is toch hooikoorts. Jullie kregen het op latere leeftijd. En nu ben ik zelf alsnog ook voor de bijl gegaan”.

Het zal allemaal wel. Maar het heeft iets Hendrik Haan-achtigs.

Nog geen reacties

Leave a reply