Als een hand
Gisteren was ze er weer, na lange afwezigheid. Zo kon ik frisse indrukken opdoen. Die bevestigden de oude.
Ze voelt aan…als iemand die in mijn hand past. Het is een raar beeld, dat geef ik toe, maar dit is wat in me opkwam. Mijn hand als de befaamde “lege plek om te blijven” van Kopland (die bij nadere beschouwing dubbelzinnig is, waar las ik dat pas ook al weer). Haar rol in de vergelijking is vaag. Is ze lucht? Ik zoek in elk geval geen Catootje om in een doosje te doen. Misschien dat de halvemaanshand openheid aanduidt, geen muren. Maar ik blijf beschermend danwel wegcijferend, we zijn onvergelijkbare grootheden, er is geen kameraadschappelijkheid, geen hand in hand, ik vrees dat het eindwoord ’symbiotisch’ is.
Ik heb door schade en schande geleerd dat het gevoel van een wederzijdse ‘klik’ vaak slechts bij een partij leeft. Misschien is het de met een fantasie overdekte angst voor afwijzing, een mezelf voortoveren dat zij hetzelfde voelt.
‘Als een handschoen passen’ is de uitdrukking. Dat klinkt me te benauwd en zweterig. Te gevangen, wellicht.
Ze is verstandig en emotioneel volwassen, meer dan ik. Ze heeft je op een sympathieke manier niet nodig. ‘Een kat’ zeggen mensen in zo’n geval vaak. Katten zijn echter, vergeleken met haar, ongenaakbaar.
Ze heeft geen kapsones.
Ze is niet uit op vertederen of behagen, mist bijbedoelingen, lijkt wel. Ze moest live associëren op aangereikte trefwoorden. Zoals ze zich concentreert, luttele seconden ’denkt’, wacht, de associaties laat opkomen. Dat vertedert mij. Ze is dan geen meisje, niet naëf, trekt om zo te zeggen niet de diepe meisjesfrons. Ze valt samen met wat ze doet. Licht en lenig.
Ze is als kleren die lekker zitten.
Nog geen reacties
Leave a reply