In het brilleglas


10 jaar – Mijn eerste bril kiest moeder: ”Zo’n donkerbruin montuur staat leuk bij je blonde haar”. Ik durf geen nee zeggen. De enige ander met zo’n donkerbruin montuur is Peter, ‘rare’ klasgenoot, zwijgzaam, met zenuwfronsen over zijn ge- zicht en ongemakkelijke spanning in zijn lijf. Ik zit voor in de klas; de bril blijft weggestopt in het zijvak van mijn tas. Bij een filmvertoning zet ik hem steels op in het donker.

14 jaar – Moeder gaat mee, naar dezelfde winkel, ik kies. Mijn keus staat vast: ik wil een pilotenbril. Die zijn in de mode en dan ben ik dat ook. Ik draag de bril nu permanent. Iemand vergelijkt me met John Denver. Niet stoer.

18 jaar – Ik kies mijn bril in dezelfde winkelstraat, bij een andere winkel, zon- der moeder, die nog wel betaalt. Ik kies voor een zwaar, bronskleurig, matglan- zend montuur, met afgeronde hoeken. Ernst maar met een relativering. Ik ver- moed dat ik een serieuze indruk wilde maken, ik ga per slot van rekening dat jaar naar de universiteit. De bril neemt een voorschot op de naderende volwassen- heid. Ik verhaast hem misschien ook, het einde van die turbulente, moeilijke a- dolescentenfase. Even geen gevoel maar geleerdheid.

21 jaar – Ik haak vroeg in op de nieuwe trend: de montuurloze bril. Die onder- vangt het niet te verhelpen nadeel van de bril, bril te zijn, object dat de drager opscheept met niet uit te roeien vooroordelen, zoals het gevreesde ‘studiehoofd’. De bril pleit: ”Zie mij aan, kijk verder dan mijn bril!”.

Ik ontwerp de vorm van de glazen mee – nog steeds rechthoekig met afgeronde hoeken, codewoord voor “degelijk met gevoelige kanten”, “bèta maar ook al- fa” (“gamma” kende ik nog niet).

29 jaar – Contactlenzen. Kunnen zijn wie ik wil, niet langer gehinderd door een typecastende bril.

34 jaar – Afzetting op mijn lenzen (oogirritatie) en daardoor vertroebeld zicht, en geregelde oogbolpijn, hinderlijk omdat je lenzen niet kunt afzetten, doen me be- sluiten over te stappen op mijn oude sportbril, model ‘ziekenfondsbril’. Later kies ik, in hetzelfde Pearle-filiaal waar ik de lenzen heb gekocht*, een goedkoop montuur waarin de glazen van de sportbril passen.

39 jaar – Avontuur! Een goudlamé montuur met erop gelakte kleuren, ‘als zonne- vlekken door gebladerte’. Blauw, oranje, diverse groenen en lichtbruin. Kijk je goed, dan zie je ze. De vlindervorm is riskant maar toch nog geen vrouwenmon- tuur, vind ik. Het is een montuur in de aanbieding. 
Begin van ‘de bril als statement’. Ik verneem, bij het showen van mijn nieuwe montuur, dat sommige mensen letten op technische aspecten van hun bril (neus- steun!) en soms stad en land afreizen op zoek naar een ‘bij hen passend’ mon- tuur. Zelfs dure particuliere winkels worden aangedaan.

44 jaar - Upgrading, in de pas met mijn toegenomen budget. Een filiaal van Het Huis heeft deze Moschino. Montuur van kunststof, transparant, witgrijs met roze ondertoon en weer rechthoekig maar rond afgebogen aan de hoek. ‘Ogenschijnlijk saai maar bij nadere beschouwing verrassend’ - nog weer andere vertaling van de bekende gewenste nonverbale boodschap – of ’neutraal warm’. Met deze bril op voel ik me groeien. Iets van ‘Italië’ straalt op me af. Dit duurt twee weken, tot ik vrouw ontmoet die mijn compliment voor haar spectaculair montuur niet retourneert.

48 jaar – Winkels bezocht in Leiden, Oegstgeest, Voorschoten en Den Haag. Wat een beperkt aanbod! Ik maak foto’s met mijn mobiel van mijzelf met kansheb- bende monturen op. Ook graas ik internetsites van brillenwinkels en (ontdekte) designmerken af. Ik onderscheid modemerken – Gucci, Bulgari, Moschino, enz – van echt betere montuurmerken (hoogwaardige materialen en technieken). Aanschaf bij een ketenoptiek is uitgesloten, zoiets als eten van bio-industrieel vlees.

           

Orgreen, sterke kanshebber      [Postscriptum:] maar het niet geworden! Ik ga
                                                voor een Theo!**

Prodesignmodel, afgewezen optie

7/9/08: hier is hij:

P.S: In het enthousiasme van het eerste uur oordeel ik: een montuur als een vlotte stripschets, best brutaal! Later blijk ik toch weer relatief degelijk/bedeesd gekozen te hebben.

De erkenningswedloop

Wat roept zo’n ‘leven in brillen’ nu op: 

  • Het voorbijgaan van alles: de dingen blijven (zelfs oude brillen nog even, bij iemand als ik), de mens is passant. Om de brillen gaapt lucht: de persoon die ze droeg, is verdampt.
  • De gevoeligheid voor het oordeel van anderen: de vorm verandert over de tijd, het beginsel blijft.
  • De moeilijkheid om te ontsnappen aan de terreur van sociale vergelijking. Door een ‘spannende’ bril te kiezen, doe ik eraan mee, zend een boodschap uit (voor de goede verstaander, veelal insider): u met uw Hans Anders- of Pearle-bril bent conventioneel, doorsnee of hecht minstens niet aan schoon- heid.
  • Bekeken vanuit het perspectief van mijzelf die de wedren ontkende en (dus) als een sukkel redeneerde: lang zag ik optiekwinkels als kruidenierszaak en brillen als pakken melk. De diverse merken schenen kleine variaties op een vast thema: karnemelk, mager, halfvol en vol. Waarom meer betalen voor het A-merk?
  • Mijn smaak (en budget) heeft zich verruimd, ik ben iets vrijer en kritischer in mijn keuze geworden. Maar uiteindelijk maakt het weinig uit (zie eerdere punt)

*: Augustus 2008: in een Haagse winkel kom ik de man tegen die me 14 jaar te- rug aan de contactlenzen hielp in de Leidse Pearle, warm persoon met Iraanse roots, die me om beide was bijgebleven. Hij is nu eigenaar van een sjieke zaak in het centrum en herkent me spontaan!

Nog geen reacties

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.