Vastgeklonken
Over onvrijwillige autobiografie en aanverwante zaken.
afbeeldingen uit Susie Nash, Northern Renaissance Art*
Vrijdag bezocht ik de tentoonstelling Lucas van Leyden en de Renaissance in de Leidse Lakenhal.
Jeroen Bosch, De bespotting van Christus (1508), National Gallery, Londen. Enige schilderij waarvan ik tijdens mijn bezoek aan Londen afgelopen zomer volschoot
“Mooiste” schilderij in The National Gallery voor mij deze zomer. Effect had o.a.
te maken met het gevoel alsof ze voor een achtergrond van rokende negentiende- eeuwse fabrieksschoorstenen was gezet (wolken werden rookpluimen).
Tot dusver kende ik Lucas van Leyden van het Laatste Oordeel, permanent ten- toongesteld in de Leidse Lakenhal.
Mijn kijkverhaal tot vandaag:
- Grappig dat zeegroen van ogen en kop van het vissenmonster (zijpaneel rechts). Wordt die kleur universeel als ‘koel’ ervaren?
- Al die beesten (duivels) met rare vormen, ‘monsters’: was dit het maximum aan afschrikwekkend dat men kon bedenken?
- Nu zie je het als voorloper van science fictionachtige strips, fantasy. De kleuren zijn overgenomen, de branden begeleiden nu ‘de ondergang van de wereld’.
- ‘Zie je wel’: het lukt beter de verschrikking van de hel af te beelden dan de aanlokkelijkheid van de hemel (vergelijk Heaven van The Talking Heads e.v.a)
De tentoonstellingsinformatie bevestigde wat zich opdrong toen ik afgelopen zo- mer op vakantie in Londen Northern Renaissance Art van Susie Nash las: wat heeft de Beeldenstorm huisgehouden; het verschilt weinig van de vernielzucht van extreme Talibaan in Bamiyan in 2001*. Het Laatste Oordeel en enkele werken van Cornelis Engebrechtsz ontsnapten ternauwernood vernietiging.
1. Die Middeleeuwers
Sterkste indruk maakten de prenten en gravures van Van Leyden. Ik besefte tot dusver ongemerkt, op basis van het Laatste Oordeel, een clichébeeld van de “middeleeuwer” op Van Leyden geplakt te hebben. Een boertige ziel – Van Leyden misschien de versie die heeft schoolgegaan – volksdevotie, een praktische instel- ling, gericht op het voorhandene en onbekwaam tot distantie, reflectie, geestelij- ke wendbaarheid.
Daarin paste dat ik Van Leyden op een hoop gooide met Cornelis Engebrechtsz, tijdgenoot, in de vaste opstelling met enkele werken in dezelfde zaal vertegen- woordigd. Alsof beide een mentaliteit belichaamden, alsof “Middeleeuwers” geen individualiteit inbrachten in hun werk (de tentoonstelling presenteert Van Leyden als vernieuwer ten opzichte van Engebrechtsz).
Het zelfportret van Van Leyden beslechtte het pleit. ’Slim’ kijkt Van Leyden niet – en Dürer noemde hem daarbij ook nog “mannetje” – maar het realisme van zijn afbeelding doorbrak niettemin mijn middeleeuwer-cliché. Deze kop, hoewel niet van een hoveling en eerder boer dan koopman, kijkt je aan met een zekere op- merkzaamheid (hoewel het de schilder zichzelf bekijkend in de spiegel kan zijn).
Overigens getuigt het bekende zelfportret van Dürer mijns inziens van een veel sterker zelfbewustzijn en ‘moderniteit’ dan dat van Van Leyden. De laatste blijft in verhouding de ‘provinciaal’ (ik weet dat dit hopeloos anachronistisch is).
Ook op schilderijen door Holbein of Van der Weyden kijken aristocraten of andere machtigen je frontaal of een kwartslag gedraaid aan maar die portretten drukken meer uit dat de afgebeelde belangrijk is. Het zijn ‘staatsieportretten’.
Nash duidt het zelfportret van Dürer als een demonstratie van zijn virtuositeit in de uitdrukking van de stof van de jas, van vel en vlees en haren. Ook krijgt zijn schildershand accent (o.c, p.153-154). Het is als het ware een staatsieportret als schilder.
2. Zompig
Een tweede, indirecte werking van de tentoonstelling was een beklemmend besef van een algemener menselijk vastgeklonken zijn aan eigen tijd en omgeving, van beperktheid.
Het gevoel drong zich op bij Van Leyden’s naakten. Al wilde Van Leyden naar de natuur schetsen en heeft hij zijn vrouw, naar ik aanneem, vaak genoeg naakt ge- zien, het lukte hem niet - en hij kwam er niet achter waarin het hem zat (d.w.z herhaalde zijn fouten).
vroege en latere Adam en Eva
Van Leyden’s eerste naakten zijn stijf, latere lichamen soepeler – en resultaat van het zich toe-eigenen van de geïdealiseerde Italiaanse Renaissance-naakten. ‘Naar de natuur’ blijkt steeds ‘naar een culturele idee van natuur’. ‘Zien wat er is’, is het wel mogelijk?
Het beklemmend gevoel van beperking en vastgeklonkenheid ging gepaard met een ‘Ecce Homo’-gevoel van mededogen: hoezeer Van Leyden (en anderen) het ook probeerden, het bleek erg moeilijk een naakt, baby of peuter natuurgetrouw af te beelden**.
3. Onvrijwillige autobiografie
Pas thuis viel me op dat mijn kijkbelevenis zich goed op mijzelf laat betrekken. Wat maakte ik me zorgen om een portret dat geen tronie, geen staatsieportret, maar ‘echt’ moest zijn, een ‘individu’ tonen? Waarom dat gevoel van ‘gevangen- schap’ en ‘beklemming’? Het laat zich gemakkelijk duiden als onvrijwilllige uit- drukking van mijn angst als persoon te stagneren, ‘cliché’ te worden of al te zijn.
Het brengt me bij Tim Parks’ ‘waargebeurd verhaal’ Leer ons stil te zitten. Parks heeft chronische pijnklachten en plasproblemen maar mankeert urologisch gezien niets. Zijn uitstapje in het alternatieve circuit leert hem dat hij van zijn lichaam, van zichzelf vervreemd is.
De roman bevestigt de romantische notie van een Zelf/Lijf, omvattender dan de permanente woordenstroom die we ‘ik’ noemen. Een schilderij dat Parks al jaren fascineert (b)lijkt bijvoorbeeld zinspeling op zijn onderliggende probleem; zelfs vorige romans lijken vooruit te wijzen naar wat hij langzaam ontcijfert als bood- schap van zijn lichaamgeest***
Velazquez, De waterschenker van Sevilla – Schilderij dat Tim Parks, met plas- problemen en chronische pijn, intrigeert
Innerlijke geneesdrift waarin ik niet zonder meer geloof, kijkend naar de feiten van mijn leven. Er is een gat tussen inzicht (Park’s interpreteerdrift, zijn talent verbanden te leggen) en adequaat dienovereenkomstig handelen.
Een wat vreemde wending op het eind maar ik geef het u mee, als ongewoon ar- gument voor de waarde van kunst.
Het ‘psychologisch realisme’ en de individualiteit van deze Saul maakt hem voor mij ‘moderner’ dan Van Leyden’s eerder genoemde Adam en Eva’s.
——————————————
*: Deze foto herinnert aan het vele vernietigd tijdens de Beeldenstorm. Hieronder een citaat met afbeeldingen uit het boek van Nash. Ter relativering:
- van de weeromstuit leidde ook de contrareformatie tot vernietiging van ‘ei- gen’ werk
- het bombardement van Brussel in 1695 leidde o.a. tot de vernietiging van meesterwerken van Van Weyden in het oude stadhuis
- de Franse Revolutie betekende nieuwe ronde, nieuwe kansen; deze vernie- tigers waren uit op alle (toegepaste) kunst die koninklijk of adellijk was (graven/grafmonumenten, portretten)
- ook de Eerste en Tweede Wereldoorlog lieten hun sporen na.
- in reactie moest ik denken aan onze laatste nationale beeldenstormers: de vernieuwers van de jaren zestig en zeventig, die onze binnensteden sloopten in naam van de modernistische vooruitgang.
**: Putti’s zijn de uitzondering maar geen individuen, zoals ook de schilderkun- stige stoplap van de decoratieve hond geen unieke hond maar een type afbeeldt, met een doel buiten zichzelf: levendigheid in de voorstelling brengen. Bij de ba- by’s/peuters lijkt me het streven wel een portret, het individu als doel in zich- zelf.
***: Parks zou Parks niet zijn, als het door hem gehekelde woorden-ik niet niet- temin veel ‘toepasselijke’ literaire associaties aandraagt. Hij herinnert zich tek- sten die lang geleden indruk op hem maakten en nu als puzzelstukjes in elkaar (b)lijken te vallen, de puzzel van zijn functioneren.

















Prachtige kunst met een duidelijke uitleg.
Vriendelijke groet.