Archief voor de ‘dicht’ Tag
Corruptie – als in roest

Vanmiddag bekeek ik op het Movies That Matter-festival in Den Haag enkele documentaires. The reckoning, over de eerste jaren van het Internationaal Strafhof in Den Haag, is leerzaam, krachtig en wekt voorzichtige hoop. Lees meer »
Toontje lager
Gisteren heb ik de tentoonstelling van Tjebbe Beekman in het GEM gezien. Mijn docente boetseren was enthousiast. Ook mijn favoriete medecursiste was geweest en beaamde het gunstige oordeel.
Meest aansprekend vond ik al met al twee doeken die geen merkbaar commentaar op enige maatschappelijke toestand gaven. Een voorzichtige keuze. Dat Beekman’s werk suggereert, is mij duidelijk. Maar wat, niet.
suggestief: sergeant Frazer in Daar komen de schutters
De GEM-tekst bij de expositie:
Hoewel de maatschappelijke referentie ook in eerder werk aanwezig is, wordt deze in de zeventig schetsen en vijf schilderijen onder de gezamenlijke titel De capsulaire beschaving van groter belang. De kunstenaar verwijst naar het gelijknamige boek met de ondertitel Over de stad in het tijdperk van angst van Lieven DeCauter. Essentieel gegeven in het boek is dat de snelheid van onze technologie en de steeds scherpere maatschappelijke tegenstellingen ons doen terugtrekken in de veilige begrenzingen, danwel ‘capsules’ van bijvoorbeeld onze voertuigen en in architecturale cocons, zoals shoppingmalls, gated commuties en pretparken. De zeventig schetsen, die beschouwd kunnen worden als illustraties bij de vijf schilderijen, vormen tezamen een beeldatlas waarin dit soort ‘capsulaire fenomenen’ worden weergegeven en met elkaar in verband worden gebracht.
Een van de meest opvallende schilderijen uit deze cyclus is Control Room, een schilderij waarop een ontelbaar aantal blauwe beeldschermen hun vale licht werpen op een verder bijna geheel verduisterde ruimte. Pas als je goed kijkt zie je dat er achter deze beeldschermen menselijke figuren opdoemen. Deze controlekamer houdt alles erbuiten in de gaten, maar is zelf met geen enkele realiteit meer verbonden. Begrenzing en controle lijken in het werk van Beekman niet te zorgen voor de beoogde veiligheid, maar juist voor eenzaamheid en doelloosheid. Beekman geeft hier een niet al te rooskleurig beeld van onze huidige maatschappelijke situatie.
Onaf, onaf – het woord klinkt als een ei
Jeugd vertedert me, ontroert me, merk ik. Niet als vreetgrage oude bok. Zelf zonder kinderen en niet geregeld in contact met jeugd, stel ik mijn zwak – en de resonans, daarmee de bewaard gebleven jeugdigheid in mijzelf - geregeld verrast vast. Lees meer »
Niet gezien
Kenmerkend, bedacht ik me vanavond op de fiets in de duinen, kenmerkend voor het dóórbreken van de crisis is de reductie tot een hoopje hijgen. Mijn gebruikelijke centrum, het denkende ik, hangt er als het ware een decimeter boven, onmachtig, merkwaardig niet in orgaan opgelost.
Zoekend naar een kernachtig woord kwamen ironische beschrijvingen van ingesnoerde jongedames in nooit gelezen negentiende-eeuwse romans voor de geest, die flauwvallen of waarvan de borstkas hevig uitzet, in de greep van amoureuze aanvechtingen (humor is teken van herstel). ’Amechtig’ bedacht ik ten lange leste.
een vos kruiste mijn pad, zijn trage reacties verrieden
besef van een handelingssnelheid minstens vier keer zo vlug
als die van omringende diersoorten
Het meegaan met de kortademigheid is het ‘in de put gaan zitten’. Huilen is dan niet ver. Ook is er een vreemde concentratie, alsof zweet op punt van uitbreken staat. Dan ervaar ik de ‘levenswil’ als buiten mijzelf. Het stugge doorleven willen verkies ik op zo’n moment boven het alternatief, maar de keuze lijkt op vegetatief niveau gemaakt (zoals misschien ook mijn instemming gevolg is). Mijn ‘ik’ is dan een hoopje hijgen op een punt in het universum, een wereld van 1 meter. De blaasbalg houdt zich zelf gaande.
Je kunt ook zeggen dat ik op de bodem het omslagpunt bereik. ’Bodem’ is een ander woord voor ‘omslagpunt’. Het is het besef: dit is het; ik kan het leven. Genade van de fysiologie.
Niet zo lang geleden interviewde ik een man die depressief en psychotisch was geweest en vroeg wat had hem geholpen bij zijn herstel, geestelijk en in het oppakken van maatschappelijke rollen, zoals werk? Zijn antwoord bevatte een vreemd ‘ingrediënt’, hij stond erop dat het in het verslag meegenomen zou worden. Het was het moment waarop hem, in het diepst van zijn depressie, terwijl hij dagen op bed lag in een vervuilde, verduisterde kamer, gedaagd was: “Ondanks alles bevat deze kamer 20% zuurstof“. Zuurstof had hem geholpen.
Ik interpreteerde dit als zijn omslagmoment. Het ‘ik’-bewustzijn verbond zich weer met de zijgende blaasbalg, met de wereld.
Ik moest (een mens doet wat om zichzelf te bemoedigen) ook denken aan gevangenen in lange, eenzame opsluiting, zoals beschreven in Een verblindende afwezigheid van licht van Tahar Ben Jelloun, boek dat ik nooit gelezen heb. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Achttien jaar opgesloten in een ondergrondse cel, in het donker. Dat volhouden.
Dus welaan dan (Campert).
Liedje dat op de fiets bij me opkwam. Het uptempo en het kritische zullen de levenslust zijn. Ik detecteer daarnaast, in binnenstebuiten gekeerde vorm, mijn rigoureuze beveiliging tegen het gevaar van anderen.
Onder
Naast je held ben jij kleine jongen. Lees meer »
Laat een reactie achter
Laat een reactie achter
Laat een reactie achter
