Archief voor de ‘raak’ Tag

Het is mij ernst, dus ik maak misbaar

“I hope you’re not going to turn in one of these violence snobs, who think that nothing’s important unless people are getting killed ” – Changing Places (1975), David Lodge, door mij in vet gezet

Dit romancitaat verwijst naar links studentenprotest in 1969 maar deed mij echter meteen denken aan het huidig oratorisch geweld van rechts in Nederland. Verbaal geweld maar de grond bereidend voor zuiverend optreden van extremere of instabielere onverlaten – en voor gezonde rechtse oppositie, ik kan het niet eenvoudiger maken.

Ik zou het verwelkomen als alle ‘Marokkaans tuig’-bestrijders de stap van McCain vandaag volgen en verwanten weerspreken die de proporties nog meer uit het oog verloren hebben en gereed staan voor doeltreffende actie. Om te beginnen Wilders, die na Karl Rove nu ook de McCain in zichzelf zoeken mag:

Het is een moslim dus ik ben bang*

Misschien doet de associatie van rechts ‘populisme’ met links ’snobisme’ op het eerste gezicht vreemd aan. Maar de studenten in de roman delen met hedendaagse rechtse schreeuwers het opvoeren van een ver van mijn bedshow. De nedermoslimbestrijders hebben het veelal over elders of een theoretische islam (waarvan zij alles menen te weten). In beide gevallen verbloemt het opzoeken van geweld (de studenten) of het schermen ermee – en dan nog vermeend tegen jou gericht (rechtspopulist) – ijdelheid of leegte.

*: de man en vrouw in dit filmpje komen vooral onzeker over. Ook de racist in onderstaand filmpje is het tegendeel van een agressieve ’soldaat’. Hij lijkt zelfs last te hebben van een slecht geweten:

Correctie 19 oktober: de oude man is toch meer perfide dan ik dacht (vooroordeel dat oude mensen kwetsbaar-en-daarom-lief-als-kinderen zijn). Hij verschijnt in onderstande clip na 50 seconden. Mijn inschatting: zich niet bewust van zijn racisme. De man lijkt te zeggen “…who wants to beseech [of: would see?] Truth and good Americans”. Dat klinkt rabiaat religieus. Ook Obama bij zijn tweede voornaam noemen is uit zijn op ruzie. Maar vooral zijn lach op het eind stemt hopeloos:

Het type lafaard dat in de beschutting van een Wij-groep eigen onvermogen verhaalt op een zondebok. Hoe ontevredener over het eigen leven, hoe fanatieker de wraak – maar dit is als verklaring een cliché van de psychologie. Ik snap het niet.