Archief voor de ‘vel’ Tag

Ongedurig

Meijendel-vingertrommelen

Zelfde hek, man, constellatie. Vandaag zie ik niets.

Het is dat dat kijken mijn ding geworden is hier. Daardoor merk ik het kroos op het water (was er vorige keer niet) en de zwaluwen – ‘nieuw vorige keer’ - op: ze scheren weer, of nog steeds, boven het water.

Maar mijn ogen pakken niets. Ik vrees teken (ik draag een korte broek)(ja, maar vorige keer ook). Ik roffel op het hekpaaltje.

Niet gezien

Kenmerkend, bedacht ik me vanavond op de fiets in de duinen, kenmerkend voor het dóórbreken van de crisis is de reductie tot een hoopje hijgen. Mijn gebruikelijke centrum, het denkende ik, hangt er als het ware een decimeter boven, onmachtig, merkwaardig niet in orgaan opgelost.

Zoekend naar een kernachtig woord kwamen ironische beschrijvingen van ingesnoerde jongedames in nooit gelezen negentiende-eeuwse romans voor de geest, die flauwvallen of waarvan de borstkas hevig uitzet, in de greep van amoureuze aanvechtingen (humor is teken van herstel). ’Amechtig’ bedacht ik ten lange leste.

een vos kruiste mijn pad, zijn trage reacties verrieden
besef van een handelingssnelheid minstens vier keer zo vlug
als die van omringende diersoorten

Het meegaan met de kortademigheid is het ‘in de put gaan zitten’. Huilen is dan niet ver. Ook is er een vreemde concentratie, alsof zweet op punt van uitbreken staat. Dan ervaar ik de ‘levenswil’ als buiten mijzelf. Het stugge doorleven willen verkies ik op zo’n moment boven het alternatief, maar de keuze lijkt op vegetatief niveau gemaakt (zoals misschien ook mijn instemming gevolg is). Mijn ‘ik’ is dan een hoopje hijgen op een punt in het universum, een wereld van 1 meter. De blaasbalg houdt zich zelf gaande.

Je kunt ook zeggen dat ik op de bodem het omslagpunt bereik. ’Bodem’ is een ander woord voor ‘omslagpunt’. Het is het besef: dit is het; ik kan het leven. Genade van de fysiologie.

Niet zo lang geleden interviewde ik een man die depressief en psychotisch was geweest en vroeg wat had hem geholpen bij zijn herstel, geestelijk en in het oppakken van maatschappelijke rollen, zoals werk? Zijn antwoord bevatte een vreemd ‘ingrediënt’, hij stond erop dat het in het verslag meegenomen zou worden. Het was het moment waarop hem, in het diepst van zijn depressie, terwijl hij dagen op bed lag in een vervuilde, verduisterde kamer, gedaagd was: “Ondanks alles bevat deze kamer 20% zuurstof“. Zuurstof had hem geholpen.

Ik interpreteerde dit als zijn omslagmoment. Het  ‘ik’-bewustzijn verbond zich weer met de zijgende blaasbalg, met de wereld.

Ik moest (een mens doet wat om zichzelf te bemoedigen) ook denken aan gevangenen in lange, eenzame opsluiting, zoals beschreven in Een verblindende afwezigheid van licht van Tahar Ben Jelloun, boek dat ik nooit gelezen heb. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Achttien jaar opgesloten in een ondergrondse cel, in het donker. Dat volhouden.

Dus welaan dan (Campert).

Liedje dat op de fiets bij me opkwam. Het uptempo en het kritische zullen de levenslust zijn. Ik detecteer daarnaast, in binnenstebuiten gekeerde vorm, mijn rigoureuze beveiliging tegen het gevaar van anderen.

Zekerheid (this much)

Je kunt op twee gedachten hinken. Emotioneel dubbelspel spelen. Je werk kleineren om de overtuiging te voeden dat je voor grotere dingen in de wieg bent gelegd. Verdrietig zijn om ‘hulp’ af te dwingen. Dit alles kan. Lees meer »

Rottig de strot uit (of: te om waarachtig te zijn)

De moeizaam voelende spreekt, na afloop:

Lees meer »

Elevator pitch

Mijn lijf zei iets anders.