Weest uzelf, broeders, zusters


“Ken uzelve”, de gebeitelde spreuk die volgens de overlevering ergens te lezen was in het orakel van Delphi, heeft door de eeuwen heen mensen geïnspireerd.

Ons inspireert hij in de romantische vertaling, welke het belang van “waarachtigheid” in de levenswandel benadrukt. Waarachtigheid én zelfbeschikking zijn onze leidende idealen – ons leven zelf kunnen inrichten, niet belemmerd door ongewenste inmenging van buitenaf en met die vrijheid geen slappe nabootsing van een ander voortbrengen maar iets afwijkends dat op een of andere wijze, eventueel intern spanningsvol, onszelf is, eigen.

In welke mate kun je zoiets, werken aan waarachtigheid? Is het een kwestie van (kunnen) schaven en slijpen (vergelijk: je tuin onderhouden, cultuur), van (toe maar) herontwerp (geen tuin maar een race-auto) of toch meer “lotsbestemming” (een roos is een roos)?

Natuurlijk is het antwoord op deze variant van de aloude nature/nurture-vraag en/en. Dit zit vervat in Dohmen’s notie van aan je ‘karakter’ werken, dat breekt met de romantische idee dat je hele ‘authentieke’ persoon bij geboorte al in je aanwezig is, zoals de volgroeide plant al ergens in de kiem. Je bent niet gebonden aan het materiaal dat erfelijkheid en het lot (opvoeding, gebeurtenissen op je levenspad) je geven.

Maar in welke mate? Dohmen maant ons tuinier te zijn, de tuin van ons zelf te onderhouden. De Boer, aanleiding tot deze posting, wijst op elementen van ‘passieve betekenisverlening’, op de mogelijkheid van ‘verrast aantreffen’, wat denken doet aan organische groei.

Die mogelijkheid berust bij De Boer op de betekenisvolheid van al het beleefbare/bewuste. Veel kan ‘in gesprek’:

Het begrip ratio moet breed worden opgevat. Het slaat niet op een deel van de mens, naast willen en voelen, maar op de innerlijke aard van de typisch menselijke ‘bewogenheid’ door redenen, motieven en gevoelens. Het gaat om de wijze waarop die ‘werken’ (..) als argumenten die hun gewicht doen voelen, als begeerten die hun zaak bepleiten, als aandoeningen die hun kracht betuigen.

Ratio krijgt de vloeibaarheid en algemeenheid van geld. Behoeften, motieven, aangedaanheden zijn in beginsel voelbaar als ‘druk in een bepaalde richting’ (‘betekenisvol’).

Hier blijkt pas ten volle dat het ‘zelf’ niet een bewust project is dat ik volgens de plannen verwerkelijk. [Ze] (..) is een product van de synthetiserende activiteit van de geest. Zij bouwt zich op in het proces van voortdurend zich verliezen en zich hervinden in het innerlijk tijdsbewustzijn.

Het beeld van een doorlopend uiteenvallen en weer samenkomen spreekt me aan, vanwege de combinatie van maximale flexibiliteit en maximale stabiliteit (het is namelijk niet gezegd dat het ‘zelf’ bij ieder samenkomen ‘veranderd’ moet zijn). En in deze uitspraak sluit De Boer niet uit dat ‘synthetiserende activiteiten van de geest’ een ongewild/ongestuurd karakter hebben.

Zonder reserves bij De Boer ben ik echter niet.

De menselijke onrust bestaat in het streven naar articulatie, expressie, ‘rekenschap’.

Dit wordt langzamerhand te mooi om waar te zijn. De Boer voert onder andere de hoofdpersoon van Aantekeningen uit het ondergrondse op, boek dat ik recent ook bij Johan Goudsblom en Bas Heijne besproken zag. Is bij Heijne de hoofdpersoon pleitbezorger van het onaangeharkte in het leven, van wildernis, De Boer geeft diens razernij een positieve draai:

“De lange tirade tegen de rede (..) is zelf een fraai voorbeeld van de menselijke behoefte van verantwoording afleggen, van zijn ‘rationaliteit’. Zijn hartstochtelijke pleidooi voor het goed recht van de hartstocht, laat zien dat het redenen geven zelf een passie is.

Je kunt daarbij echter ook een hond voorstellen die tot bloedens toe in zijn staart bijt.

De beeldspraak van tuinier en tuin is vooringenomen. Ze stelt ons voor als planten. Weliswaar kunnen we ‘woekeren’ maar niettemin hebben we een voorgeprogrammeerd einddoel, in elk geval gedeelde structuurkenmerken.

Dohmen kun je voorhouden dat materie tegenstribbelt, eigen wetten heeft (je kunt niet alles van jezelf maken). Dat is overigens niet nodig, dat weet Dohmen goed genoeg. Tegen De Boer kun je opmerken dat we wel levende materie, maar zonder inherente zin of richting zijn. In die zin lijkt zijn ‘rationaliteit’ de hoop op immanente (of wellicht transcendente) zin in te houden. Terwijl een passie om redenen te geven niet insluit dat het resultaat tevredenstellend is – bij Dostojevski’s held is dat zeker niet het geval.

Advertenties

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: