Bek vol tanden


Je kunt een prachtmens zijn, open en vrijuit leven, anderen laten delen in je rijkdom en op elk moment al je gevoelszuignappen uit hebben staan. Maar je mist de gave van het woord. Of omgekeerd.

Is dat echt zo? Kunnen sommige zielen niet zingen (en hebben sommige zangers geen ziel)?

Eerstejaars biedt zijn meisje bloemen aan
Hier,
Blomme,
Pak an,
Verdomme
.
[Gerrit Komrij, in Verwoest Arcadië]

Gemakzuchtig vind ik de vele, vele varianten op:

Als ik een dichter was
zou ik je bezingen
maar nu zeg ik:
ik hou van jou

Een waterscheiding voor mij vormden de jaren tachtig. Ik was student, rekende mijzelf tot de club van progressieve mensen (in het begin van dat decennium leek nog ieder weldenkend mens dat), waartoe bij uitbreiding het feminisme hoorde. En was buitenstaander.

Als loyale zoon van een gescheiden vrouw met mogelijkheden die de huishoudschool niet had mogen afmaken en nu scholen schoonmaakte voor enkele guldens per uur, steunde ik de zaak van gelijke kansen en gelijke betaling.

Maar voor de rest waren vrouwen vrouwen. Gevoelig. Dat was ik ook.

Van ‘gevoeligheid’ had ik een welomschreven voorstelling. Het was eerder verdwaald zijn dan de weg weten, eerder verliezen dan de winst pakken. De gevoelige mannelijke stem zat hoog in de keel, met uitzondering van de beschermende bas en vaderlijke bariton.


mijn idee van gevoelige mannelijkheid begin jaren tachtig

Met een belaste, ‘gevoelige’ en in mijn jongelingsjaren geïdealiseerde moeder als voorbeeld was het te verwachten dat ik pastoraal-romantische opvattingen koesterde. Ik vereerde vrouwen als de betere en gevoelige sekse, op voorwaarde dat ik de gewaardeerde gevoelige zanger op gitaar mocht zijn.


O gij wonderlijk bloemenwezen vrouw

Niet beseft model was de hoofse liefde, met de mannelijke hoofdpersoon in de rol van knaap.

Feministen verstoorden de idylle. Daar viel niet tegenop weg te kijken. Nina Hagen’s ‘Unbeschreiblich weiblich’ sloot aan op mijn protestgevoelens, maar haar onpersoonlijk optreden diskwalificeerde haar, en de relatie met Herman Brood, wiens muziek ik rock van gisteren en muziek voor Mavo/Havo vond (de trotse domheid van ‘I’ll never be clever’), maakte het er niet beter op.


Unbeschreiblich weiblich

Ik verdiepte me enigzins in wat de feministische vrouwen wilden. De schaamte voorbij, de kaskraker van Anja Meulenbelt, las ik niet uit maar stoorde me aan het herhaalde:

Vlinders in mijn buik
vlammen in mijn kut

En niet veel later meldde Kate Millet in de roman Sita:

Turn it to fiction then. Since you’re so fond of thinking you are at last drifting that way – out of the suspect waters of the personal, the autobiographical, the experiential – and into the safe harbor of fiction. High art. (..) . But I am writing of something experienced, something known that particular way. Not imagined, not fantasized, but known in the gut way that you know a stomach cramp.

De abstracte ruimten waardoor ik als ‘gevoelige’ adolescent ijlde mochten dan een flinke werkelijkheidscorrectie behoeven, deze ‘werkelijkheid’ stak wel erg schraal af. En welk een doorzichtig romantisch realisme: “Ik rook teveel, dus ik leef”, “Ik kom niet uit mijn woorden, dus het is echt”.

Je kunt mooi over gevoelens spreken en zelfverliefd zijn. Of de gedroomde mannelijke held zijn, zwijgzaam maar met daden die boekdelen spreken. Of geen van beide en je gevoel uiten door een eitje te bakken (naar J.P. Guépin).

Ik verliefde mijzelf in een feministische medestudente. Er bleek een getrouwde man in het spel – hoe erg voor haar! Maar ook: wat een spannende volwassenenproblematiek! Toen ze een keer zes uur later dan afgesproken langs kwam, illustreerde ik mijn getart verlangen met een gedicht van Piet Paaltjens (ik reikte haar bereidwillig het bundeltje aan):

Aan Betsy

Het heugt mij als de dag van gistren. Op het mos
In hartverovrend achtelooze houding lag
Uw rijzige figuur, wijl de anderen het bosch
Langzaam doordwaalden. ’t Was een vreeslijk heete dag.

Gij hieldt mijn veldflesch aan uw rozenlipjes, droog
Van ’t lachen. Diep-gemoedlijk, als wen de avondklok
Door ’t dal luidt, klonk het in uw keel. En zacht bewoog
Uw zoete strot zich op en neer bij elken slok.

Intusschen leunde ik schilderachtig op den tronk
Eens duizendjaargen eiks en vroeg mij heimlijk, wat
Voor smaak wel ’t lot had, dat het aan een veldflesch schonk
Wat droomend slechts mijn dichtermond genoten had.

O, ware ’t noodlot niet alleen behept met koud
Verstand maar ook met warm gevoel, – uw poezle hand
Had plots de flesch, zoodra ze leeg was, door het woud
Gekeild, en op mijn lippen had uw mond gebrand

Nu echter dronkt ge alleen de flesch leeg, onbewust
Dat de inhoud nog al koppig was, – ’t was witte port, –
En sloot uw loddrige oogjes dicht en sliept gerust. –

Nooit heb ik zóóveel tranen op één dag gestort.

Toen mijn begrip voor haar moeilijke situatie niet snel genoeg tot een keuze voor mij leidde en ik de situatie niet langer uithouden kon, stelde ik haar een ultimatum per cassettebandje. Ik bracht de tape persoonlijk langs. Ze lag nog in bed, aantrekkelijk verfomfaaid. Ik wilde haar al weer vergeven.

“3x DAAGS LUISTEREN” vermeldde het doosje. De tape bevatte een ruiker van mooie nummers, met zorg in volgorde gezet. De aangeboden emoties: boos, vergevend, pleitend, energiek, viriel, gevoelig, beschermend, behagend, goed gezelschap en verlangend (‘I want you’, Bob Dylan).

De kernboodschap ‘Kies Voor Mij’ kreeg gestalte in het vijf keer achtereen opgenomen “We gotta get out of this place” van The Animals.


Meisje, kom

De volgende dag kreeg ik de gevraagde duidelijkheid.

Zo boeiend is dit alles niet. Hij die dit schrijft wil sympathie voor die knaap opwekken. Maar hoewel niemand vrijwillig sukkel wordt, is men medeplichtig aan het hem in stand houden. Onvermogen kan aandoenlijk zijn maar is om het even irritant (Get a life).

Voor de vorm dan nog maar even: je kunt zeggen dat ik met dat cassettebandje zweeg – zoals wanneer iemand over zichzelf in de je-vorm praat. Tegelijk was het vol gevoel, zoals vast ook menig ‘Ik hou van jou’.

Het werkelijk gevoelige thema, dat men nuchter benaderen kan, is het afschermen van kwetsbaarheid. “Als ik het zou durven tonen, zou je zien hoe bang voor afwijzing ik ben” is niet hartveroverend. Het is geen compliment aan de geliefde maar zeggen “Ik durf niet”.

Misschien vertedert iemand’s blozen en zweten – maar dan voor zover getoonde kwetsbaarheid. Ik schermde mijn angst af – verried hem in verlegenheid en nerveus spreken – en verschanste me afwisselend in de rol van beschermer en 1x indirect kapitteler. Ik was net iets te ver heen en had het niet in de gaten; vroeg niet om hulp want had dat niet nodig.

Advertenties

1 comment so far

  1. ikje on

    mooie collectie voor een tenwoordstelling

    heb genoten..


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: