Boos op mijn schaduw


Vandaag bezocht ik op Open Monumentendag een loge van Vrijmetselaars.

Hun bezinningsruimte voelde meer als een culturele dan religieuze plek. De in- richter leek een niet al te overwogen greep te hebben gedaan in een grabbelton met millennia aan religieuze symboliek. De eigen toevoegingen staken bleek af – rationalistische, vooruitgangsgelovige geometrische vormen. De baksteen; bouw- gereedschap.

Zo waren in deze ruimte bijeengebracht:

  • ‘Ken uzelve’, van de tempel van Delphi – de gids zei het er zelf bij
  • De tekens van de dierenriem – verbeelding van de kosmos
  • Twee pilaren van de tempel van Salomo, gemaakt volgens de beschrijving in het bijbelboek Kronieken
  • Een gewelfd plafond met daarin de gaatjes van enkele sterrentekens uitge- spaard, eveneens uitdrukking van de kosmos
  • Een kubus als spreekgestoelte: “We streven naar een harmonieus bouwwerk. Dat kan alleen als ook iedere bouwsteen harmonieus is”

Als in Kopland’s gedicht speelden vragen om mijn lippen:

  • welk idee van het Gebouw hebben jullie dan?
  • hoezo moet ieder onderdeel harmonieus zijn en hoe vat je dat op? In een hiërarchisch wereldbeeld moet iedereen zijn of haar ongelijke plaats weten. Wat is jullie idee van sociale rechtvaardigheid?

De gids dempte het licht. Sterren en Alziend Oog (Egyptisch) lichtten op, begeleid door pianomuziek. “Laurens van Rooijen” dacht ik, zoals altijd, hoewel ik de man slechts van in het voorbijgaan ken. Edelkitsch, ongevaarlijk.

Buiten was ik bedroefd.

Op mijn dertiende, veertiende stelde ik God directe vragen. “Als U bestaat, laat dan dit kladpapiertje naar beneden vallen” (ik had het al half over de rand van mijn bureaublad gelegd, wilde het God niet onnodig zwaar maken).

Jarenlang lukte het mij na het avondgebed met een schoon geweten onder de de- kens te kruipen. God’s liefde en goedkeuring brandden in mijn hart, vergeeste- lijkte variant van die andere, tastbaarder zegen: moeder’s nachtkus. Maar van- af mijn twaalfde werd mijn avondgebed verzenuwder. Geknield op mijn matras maakte ik ongemerkt een koprol of sufte weg. Nog weer later kwam het gebed om inspiratie voorafgaand aan bijbellectuur, in de hoop dat de duffe bijbeltek- sten alsnog zouden gaan spreken. Prediker bleef als laatste over, maar zelfs dat heb ik nooit uitgelezen; ik las het meer alsof gedicht (ik schreef zelf in die tijd ‘ongelukkige liefde’-poëzie).

Dat speelde op in de loge.

Wat frustreert, is de onmogelijkheid om op iets of iemand kwaad te kunnen zijn. Ik was kwaad op de volwassenen die met zijn allen een geloof in stand hielden waarvan ze niet overtuigd waren. Maar mijn teleurstelling en zelfs jeugdige ver- achting begon al eerder, toen de leraren van mijn lagere school als autoriteit faalden. Het geloof en de idee van autoriteit vond ik zo slecht nog niet – maar wel de versie die de volwassenen voorschotelden.

Je droomt jezelf de ouder die je niet hebt. Dan wordt het sprookje doorgeprikt. Wie belazerde je?

Advertenties

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: