Niet vanuit het negatieve


Gisteren interviewde ik een ervaren hulpverlener. Hij was voorgedragen door iemand die onderzoekt wat een goede hulpverlener maakt en wat een mindere. Dat wilde ik ook weten.

De man begeleidt mensen naar werk. Niet zomaar mensen maar mensen die langdurig in de bijstand zitten, met meestal problemen op meerdere levensgebieden.

Dat zou je niet zeggen als je hem hoorde. Zijn klanten leken mensen gestoken in net pak met wie hij onderhandelde over grote orders. Dat alles drong zich onwillekeurig bij je op. Ik merkte het pas door mijn verbazing als duidelijk werd dat het handelde om een middelbare man die nog nooit gewerkt had, met schulden en een drankprobleem. Bijvoorbeeld.

Dus daar heb je een kwaliteit.

Ik ken mensen die langdurig in de bijstand zitten. Het was daarom dat ik een paar keer inzoomde op cliënten die ontwijken. Want die leken bij mijn gesprekspartner niet voor te komen. Ik ken iemand met altijd vage lichamelijke klachten die alles onmogelijk maken (sinds een maand werkt hij, na gemeentelijke drang, als terreinknecht bij een voetbalvereniging en is hij redelijk tevreden, hoewel hij zegt dat het “voor even” is en hij uitkijkt naar een betere baan).

Deze kennis sprak over zijn toestand zoals over het weer, als iets waarnaar je alleen maar kunt kijken. Voor zichzelf kon hij om lichamelijke redenen (waaronder “rusteloze benen”) niet aan het werk. Hij wachtte en wachtte tot hij weer “de oude” zou zijn*. Dan pas was werk weer aan de orde. Niet in zijn huidige toestand.

In de TA, Transactionele Analyse, waarmee ik, als student in groepstherapie, ook een blauwe maandag gewerkt heb, heet dit “een houten been”. Je wilt wel maar je houten been belet je**.

Misschien kwamen zulke cliënten niet voor in de praktijk van deze hulpverlener omdat hij geen kwaad waarnam. Hij leek niet boos te krijgen. Een afspraak afzeggen? Geen probleem, meld het even van tevoren. Ook als dat niet gebeurde, bleef hij positief. Hij nam aan dat er wel een goede reden voor zou zijn. Waarom zou je het anders doen? Het scheen hem heel begrijpelijk dat je soms geen zin hebt om te komen als je al zo lang thuis zit in de situatie waarin zijn cliënten zaten.

Ik legde hem de situatie van mijn kennis voor. Wat zou hij doen? Hij zou de klachten serieus nemen. Hij opperde, in zijn gesimuleerde gesprek, meteen enkele acties: gaat u naar de huisarts? Vraagt u om een verwijzing naar de specialist?

Ik vond dit wel slim en noemde zijn reactie een “communicatietechniek”; met zijn voorstel sneed hij bekwaam vluchtwegen af en ontnam betrokkene de mogelijkheid achterover te leunen en de armen in de lucht te gooien. Ik vermoedde dat hij – zoals ik zou doen in zijn positie – helder wilde krijgen dat de doktoren geen medisch aanwijsbare oorzaak voor de klachten konden vaststellen. En dat als springplank voor de volgende stap: komen uw lichamelijke klachten niet voort uit uw thuiszitten?

Maar hij verraste me al weer en vond het een vreemde situatie. “Stel dat jij tegenover me zit en dingen wilt verbloemen, toedekken, je wilt verschuilen – maar ja, dan zit ik op een verkeerde golflengte!“.

Hij rekende ontwijkend gedrag van een cliënt zichzelf aan!

Dus daar heb je weer een kwaliteit?

Naar zijn mening was iedereen die hij geholpen had – en zijn carrière was lang – op een uitzondering na van goede wil geweest. Daar geloof ik niet in. Op zijn minst zou ik bij sommigen – inclusief mijzelf – zeggen: “Misschien bedoel je het goed, maar het komt soms verdomd rottig uit je bek”. Ik geloof niet in de inherente goedheid van de mens, zoals deze hulpverlener lijkt te doen.

Dat werpt misschien een ander licht op zijn tweede kwaliteit. Hij toont iedereen respect en is aandachtig luisteraar, ik ondervond het zelf ook. En hij maakt het je niet gemakkelijk hem af te wimpelen, want hij is geen softe ‘begrijper’ maar uit op zaken doen, vanuit een wederkerigheidsbeginsel: ik neem jou serieus en ga er vanuit dat jij dat mij ook doet.

Hij doet goed, in de aanname goed te ontmoeten.

Dat is een aanname, net zoals de aanname dat ogenschijnlijk vervelend gedrag een ‘begrijpelijke’ reden heeft. Een aanname die kan leiden tot succesvolle hulp. Ik stel me voor dat het zo werkt: de ‘slechte’ cliënt, gewend als ‘slecht’ (hopeloos, opgegeven) geval te worden benaderd, is zo onder de indruk, overrompeld door dit vertrouwensblijk van de hulpverlener, dat hij het niet wil beschamen, er van de weeromstuit naar gaat handelen en het zo waar maakt…***

De aanname besloten in “Waarom zou je het kwade willen” is discutabel. Wie zegt dat het “kwade” zinnig zou moeten zijn? Misschien is het wel absurd. De schrijver Dostojevski voert in zijn romans personages op die dat hebben, die redeloze dingen willen doen, alleen al uit verzet tegen de gevoelde druk verstandig te moeten zijn.

Het “absurdisme” van Dostojevski is mij wat te theoretisch. Ook ben ik tezeer kind van de “psychologische” 20e eeuw om niet meteen bij sommig gedrag “zelfdestructief gedrag” te denken, te vermoeden dat er iets ‘begrijpelijks’ achter schuilt, waarmee het gedrag opgeheven kan worden.

Echt naïef kan de man niet zijn. Zijn werkgebied brengt hem in contact met veel maatschappelijke ellende (suïcidepogingen en dergelijke), veel meer dan ik in mijn relatief beschermd bestaan.

*: Om de juiste complexiteit aan te geven: deze man is eerder weer aan de slag gegaan en in zijn proeftijd ontslagen. Beide keren hadden vrouwen geklaagd over zijn opdringerige belangstelling. Het is niet wat u denkt. Hij wil graag aardig gevonden worden, is gesteld op ‘gezelligheid’ en een beetje een vrouwenman/ moederskind. Hij is daarnaast zeker ook seksueel geïnteresseerd maar op een onnozele manier, gemakkelijk af te wimpelen, hoewel zijn talent stopsignalen op te merken minder ontwikkeld is. Tot slot werkt hij hard. Ook dat is een probleem, want hij werkt zich snel over de kop.

**: Zulke gedachten had ik ook bij mijn bekende. Maar onderdeel van zijn gesloten systeem was dat zulks onbespreekbaar was. Het weer duid je ook niet anders dan als weer. Als ik zou zeggen dat zijn permanente “rusteloze benen” en ander lichamelijk ongemak me niet interesseerden, zou ik hem beledigen en daar de gevolgen van ondervinden. Door het strikt ‘medisch’/’lichamelijk’ te houden, zou mijn desinteresse kwalijk zijn. Een diepzinnige psychologische duiding (misschien eenzaam? Vrijwilligerswerk misschien goed idee vanwege de contacten?) is aan hem niet besteed. Wat nou eenzaam, hij ziet veel mensen! Ja…andere dolende zielen in zijn buurt, oude mensen voor wie hij soms een boodschapje doet, de baliemedewerkster van de wijkbibliotheek.

***: Ook het Christendom biedt ‘slechterikken’ een uitweg. Stel je voor: je bent drugsdealer in de slum en leider van je gang – hoe kom je daaruit weg? Je reputatie is die van crimineel, handhaving van je positie dwingt soms tot nieuwe criminele daden – je bent gevangene van je rol. Niemand gelooft dat je wat anders kunt zijn, niemand verwacht wat van je. Behalve Jezus, zegt de prediker. Jezus houd ook van jou! Ook jij kunt vergiffenis krijgen en een nieuwe start maken! Slechte antecedenten zijn in het Christendom soms zelfs een voordeel. Ze tonen de grote kracht van de Heer, die harten kan aanraken.

Advertenties

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: