Ach kunstenaar, toe spreek niet meer


Heinrich Vogeler - schilderij dat het ideaal bevriest, even later was hij gescheiden en zijn kunstenaarsgemeenschap uiteengevallen

Heinrich Vogeler, voor hij werd ingehaald door de geschiedenis

Veel kunstuitleg irriteert mij. Eerder dit jaar reageerde ik op de catalogustekst bij een Tjebbe Beekman-expositie. Gisteren stoorde me sommige informatie bij de Haagse School-expositie, momenteel te zien in het Haags Gemeentemuseum. Ik bezocht het museum afgelopen maand enkele keren, allereerst voor de glas- expositie. Ook kan ik symbolisten en aanverwanten moeilijk weerstaan, dit keer de prerafaëlieten. De laatsten blijven voor mij sprookjesvertellers maar ik heb er een zwak voor, misschien uit weemoed naar een verloren gegane mogelijkheid, die van het geloof in een vitaal, gezond onbewuste. Na God en de grote ideolo- gieën zijn ook mythen en volkssprookjes verbleekt. Strips en cartoons, hun op- volgers in de tijd, hebben nooit de hooggestemdheid en status gehad die mythe en sprookje in de negentiende eeuw enige tijd aankleefden.

Glas-Mieke GrootGlas- Mieke Groot1

Mieke Groot in het Gemeentemuseum, in kunstige installatie van een aantal van haar oudere werken. Ik houd van werk dat mogelijkheden van materiaal en ex- pressie onderzoekt én ‘gewoon’ mooi is. Ook vakmanschap laat zich niet wegkij- ken. De werken lijken een reeks studies, waarin Groot voor de ogen van de kij- kers op een aantal dimensies varieert: kleur, doorzichtigheid, binnen/buiten, open/dicht, huid, vorm

Glas-pipet

‘Niet te filmen’ werk van Caroline Prisse – een foto van een ander hieronder

Caroline Prisse - Transformatiehuis

niet dat die foto de veelkantige ervaring van het werk ook maar benadert

Glas-RichardPrice

Richard Price. Ik heb een zwak voor de bootvorm, voor mij verwant aan, maar met een andere gevoelslading dan de ‘open vulva’-vorm. Dit werk spreekt sterk zintuiglijk, het licht, de openende wand, de stevigheid (‘homp vlees‘, dat woord dan zelf ook weer vooral zintuiglijk), het vorm- en hard/zacht-contrast

In een luchtledig
Terug naar de Haagse School. Men probeert in de expositie het beeld bij te stel- len als zouden de schilders van de Haagse School alleen geïnteresseerd zijn in de arme vissers en boeren als ‘pittoresk onderwerp’ en ongevoelig zijn geweest voor hun (verondersteld onrechtvaardige) maatschappelijk achtergestelde situatie. Ook zou hun werk de pre-industriële werkelijkheid verheerlijken. Ze voerden, kortom, een achterhoedegevecht tegen de moderniteit.

Het is niet moeilijk in deze voorstelling van zaken een progressieve vooringeno- menheid te herkennen. Wat brengt de tentoonstelling tegen deze aantijging in stelling?

  • Beperkt overtuigend: enkele schilderijen waarin de moderne tijd is meege- nomen, in de vorm van een door het landschap rijdende trein. Beperkt o- vertuigend, omdat ik niet weet in hoeverre dit uitzonderingen zijn op de regel.
  • Deels overtuigend: de bewering dat sommige schilders van de Haagse School een ‘profane religie’ wilden. Het schilderij van David Artz roept dat zeker op. Minder overtuigend vind ik het bij “Het deel der armen”, hoewel de schilder met zijn titel zeker naar het bijbelse verhaal van Ruth en de aren- raapsters verwijst. Maar de afbeelding overtuigt mij niet. De vermeend rijkere vrouwen zien er niet rijker gekleed uit. Ikzelf zag, voor de uitleg, gewoon een vrouw aan het werk en een dochter die meegaat.

David Artz - Terugkeer van de kudde

David Artz – Terugkeer van de kudde. Dit werk is sterke illustratie bij de be- wering dat de Haagse School een ‘profane religie’ wilde, als vervanger van de ‘echte’. De lucht is deels in goudverf, waardoor wel heel sterk de madonna
wordt opgeroepen. De schapen daarentegen weigeren symbolische trekken aan te nemen en zich als schaapjes Gods te tonen. De eenheid van kleur (groen, bruin, geel) schept daartegenover weer een ‘religieuze’ eenheid/heelheid, die echter nergens vat krijgt, het blijft haken naar (= profaan)

Philip Sadée - Het deel der armen

Philip Sadée – Het deel der armen

  • Deels overtuigend: een ‘naturalistisch’ element, de inspiratie door Zola, zich uitend in de behoefte scherp te kijken (excuses voor de vaagheid, ik weet alleen dat ik de bewering ter plekke waargemaakt vond, het zullen wel de schilderijen met arbeiders geweest zijn).
  • Vergezocht: de symbolische/diepere betekenis. In een strandscène spelen een jongen en meisje, onder het oog van hun moeder, in een plas water. De jongen houdt een bootje vast. Ik dacht: zijn vader is vast visser, nu zou hij met een autootje spelen. Het informatiebord in de zaal maakt ervan: de schilder wijst vooruit naar de toekomst, waarin de groot geworden dochter net zo op de uitkijk staat naar haar echtgenoot als ze nu naar haar broer kijkt.
  • Geen mening: de Hollandse School zou, in overeenstemming met de tijd- geest, het nationaal karakter proberen vast te leggen.

Meer schimmenrijk
Je kunt van alles beweren over kunstwerken. Maar voor zover je je in het ver- haal/de voorstelling begeeft, in de wereld van betekenis, vertoef je in een werkelijkheid met eigen wetten, beweeglijk als je geest:

  • Een schilderij van Mesdag, vissers terugkerend van zee, deed me sterk den- ken aan een vergelijkbaar schilderij van Caspar David Friedrich; beide trof- fen me als allereerst atmosferisch. Terwijl je blik van boven naar beneden beweegt, beweeg je perspectivisch in een glijdende beweging van lucht naar water naar voorgrond. Dat is op zich altijd wel zo, maar de onbepaaldheid van lucht en water en het ‘Japans mysterieuze’ van in water spiegelend licht (hoewel buiten Japan even bekend) maken het mysterieus vol-ledig (ik blijf verwijzen).

Mesdag - Ondergaande zon, 1887David Caspar Friedrich - Zeekust bij avond

Een (andere) atmosferische Mesdag naast de Caspar David Friedrich die ik in Hamburg zag

  • Alle kunsttheorie ten spijt, bezorgt onderstaand schilderij me allereerst sterk gevoel van ‘geen vaste grond onder de voeten’ hebben, deining.

Hendrik Mesdag - De thuiskomst van Scheveninger bomschepen

  • Bij een van de twee schilderijen met een trein, een avondlijk beeld bij maanlicht, moet ik onvermijdelijk denken aan een schilderij van De Chirico, met ook een donkere locomotief die door het beeld rijdt, bij De Chirico kondigt het een of ander onheil aan (door de slagschaduwen en lege pleinen die zijn werk in die tijd heeft, of volg ik hier braaf de gangbare receptie?)

De Chirico - Plein

  • Bij een ander, klein schilderij werd mijn aandacht naar de forse lijst getrok- ken. Ik dacht: je kunt je blindstaren op de voorstelling maar er is ook een expositie over schilderijlijsten mogelijk of over de ‘sociologie’ van kunstge- not. Al drukt zo’n schilderij ontwakend besef van het onrechtvaardig lot van de arbeidende klasse uit, dan nog stelt zo’n lijst gerust: de revolutie zal zijn tijd wel duren. Dit object blijft primair versiering in een burgerlijk huis, de lijst kost misschien een half maandloon van een arbeider.

Alleen kunstvoorwerpen die te stoffelijk worden (letters waarvan de materiële kant zich opdringt) en een naïef- of kryptorealistische lezing frustreren – werken waarvan de lijst moeilijk van de voorstelling te scheiden is, waarin voor- en ach- tergrond dooreenlopen – ontsnappen hieraan. Zoals het Transformatiehuis van Ca- roline Prisse of de installatie van Marianne Lammersen (geblazen vormen, vilt en hijskraan).

Advertenties

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: