Nou en


De eerste keer overtuigde me de inhoud van de prachtige film Otto e Mezzo, de derde keer zag ik een rookgordijn.

Vanavond heb ik voor de derde keer 8 1/2 van Fellini gezien. De eerste keer was op mijn tweeëntwintigste. Ik was halsoverkop verliefd geworden, na een korte vrijage afgewezen en stond aan de vooravond – maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet – van wat opnieuw een lange afkickperiode zou blijken.

Ik bezocht de film zonder enige voorkennis. Hij maakte grote indruk. Hij introduceerde ondoorzichtigheid, de notie dat niet op elk probleem een oplossing paste, zodat de harmonieuze basistoestand van veilig in moeder’s armen misschien niet meer te bereiken was.

Maar helemaal doordringen deed de boodschap niet. De slotscène ontroerde me alsof een Alle Menschen werder Brüder-oproep, alsof beduidend: we zitten in hetzelfde schuitje, laten we elkaar steunen. Helemaal goed zou het nooit meer worden maar draaglijk was het, met wederzijdse goede wil.

het einde – dat de regisseur zijn zin wil doordrijven, blijkt uit zijn grijpen van de megafoon en de boel willen regisseren. Dat is zoiets als het lot bezingen en tegelijk menen het naar je hand te kunnen zetten. Pas als de boel is klaar gezet, stapt de regisseur op zijn echtgenote af en noodt haar mee. Het appèl is maximaal gemaakt. Let overigens ook op de sprong in de tijd, van vroege avondschemering naar donker, op het eind.

Verder was op dat moment het madonna-hoerthema voor mij actueel, de verstandige maar minder mooie wettige vrouw (‘moeder’), het grillige, bedreigende, aantrekkelijke kindvrouwtje (de maîtresse) en haar ongepolijstere prototype, de hoer (de vrouw op het strand in zijn jeugd).

En dan was er nog de opwindende eerlijkheid, het snijden in eigen vlees, het streven naar waarachtigheid en, tot slot,  de vervoerende lyrische beeldenstroom, langzaam draaiende discobal welke telkens andere beelden op de muur wierp, heden, verleden, droom en werkelijkheid.

Nu, vele jaren ouder, laat de film me anders achter. Waarover gaat het nu eigenlijk? Het korte antwoord lijkt me toch: over een regisseur die zijn vrouw bedriegt, dat zal blijven doen, er geen mooi verhaal bij bedenken kan (de film toont vele uitvluchten, die de montage alle overleefd hebben) en haar vraagt de situatie te accepteren.

Ik ben nu minder onder de indruk van het ‘zelfreflexieve’. Een van de hoogtepunten destijds vond ik de scène waarin Luisa, de echtgenote, in de zaal kijkt naar de auditie van een actrice die “haar” speelt en, uit het leven gegrepen, haar verwijten aan haar man uitspreekt.

de lucide scène (na 3.18 min). Helaas niet ondertiteld – maar de auditerende actrice zegt alles wat de bebrilde echtgenote in de zaal in het echt heeft gezegd en hij (de echtgenoot/regisseur) regisseert haar daarin. “Kan het erger”.

Nu treft het me als een onzuiver appèl van de regisseur/het regisseurpersonage: “Ik kan niet anders, lieve. Zie je dat ik goed naar je geluisterd heb? Ik ken de situatie maar kan mijzelf niet veranderen”. Het uiteindelijke doel van de ‘eerlijkheid’ is onmachtigheid veinzen (‘het is sterker dan ik, wat het ook is’). Waarachtiger, vind ik nu, ware geweest wanneer het regisseurpersonage had gezegd: monogamie is een niet-realistische eis, ik vind het irreëel, ik kan en ik wil het niet.

Het lange middenstuk, met allerlei scènes uit het verleden en fantasieèn van de regisseur, is uiteindelijk overbodig. Het zijn geen argumenten van een betoog maar door de regisseur [zeker door Fellini, mogelijk ook door Guido, Fellini’s alter ego in de film] erkende uitvluchten (‘het komt door mijn katholieke opvoeding en het verwend worden door mijn moeder’). Maar al die uitvluchten worden getoond. Samen met de soms niet malse kritiek op Guido door andere personages heeft het het effect van een openbare zelfkastijding door Fellini, met als doel absolutie te krijgen en door te mogen gaan. 

Dat de regisseur zijn vrouw uitnodigt terwijl hij een minnares op de set heeft rondlopen vind ik zo’n staaltje effectbejag; ‘Zie je wel, ik doe dingen die tegen mijn belang als overspelpleger ingaan. Er is iets met mij aan de hand, iets heeft mij in zijn greep”.

Het gepijnigd wroeten blijkt uiteindelijk uitstellen, de zelfkastijding niet ongenadig maar koket (om een favoriet woord van Bas Heijne te gebruiken). De grote verzoening op het eind is meer afgedwongen – de kijker gelooft de zelfverklaarde verandering van Guido (strekking: “Ik hou weer/toch van jullie allemaal”) niet – dan een zich spontaan voltrekkende en bij de kijker voorbereide catharsis. Het is geen catharsis. Wij stemmen in omdat wij vinden dat de mogelijkheden van het het thema onderhand uitgeput zijn.

De film is voor mij inhoudelijk van universeel naar particulier gegaan, is nu een doelgroepfilm voor mannen die hun vrouw bedriegen en daarover liegen en dit een schijn van grandeur willen geven.

Maar het blijft een prachtige film.

Ongerechtigheid die mijn al te geëgaliseerd verhaal doorbreekt, is de opmerking van een van de stemmen in het koor (“harem”) van meedenkende minnaressen, strekking: “En dan is hij nog een slechte minnaar ook, alleen wat strelen”*. Daarmee bewijst een regisseur die zijn stoepje probeert schoon te vegen zichzelf geen dienst? Of is ook dit nog onderdeel van het appèl: “Ik doe dit niet voor mijn lol, ik ben een voortgedrevene”?

Hoe dan ook, de impasse overtuigt niet. Ben ik terug bij af?

*: Op zoek naar wat de vrouwelijke voice over precies zei, stuitte ik op de Engels ondertitelde versie. Daar lees ik (na 8.50 min): “Let’s say it once and for all, he doesn’t know how to make love” (ook meen ik dat de ‘oude’ Jacqueline in de Nederlandse versie gisteren zei dat alle vrouwen het recht hebben tot hun zestigste bemind te worden – en niet zeventig, zoals in de Engelse ondertiteling…). Wat meer is, aan het eind (9.13 min) van deze “droomsequentie” treft me de opmerking van Claudia Cardinale (alsof mogelijkheid die ook Fellini openhoudt): “Je weet niet wat liefde is” (3x).

Je moet er dan wel bij vertellen dat Claudia commentaar levert op de plotsituatie dat het mannelijk personage – in de door Guido te maken film die niet gemaakt wordt – een “nieuwe liefde” ontmoet (Claudia) met wie hij “een nieuw leven” begint. Daar gelooft Guido niet meer in en wij zijn geneigd met hem in te stemmen. En zo kan ook deze scène weer gebruikt als bevestiging van de onmogelijkheid van de regisseur te vragen monogaam te leven.

Advertenties

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: