Do the right thing (Occupy Den Haag)


Enige gedachten na bezoek aan een verlaten Malieveld.

Teletekst meldt 700 bezoekers van Occupy Den Haag. Stadsomroep Den Haag re- lativeert: verspreid over de hele dag. Toen ik om 14.30 uur arriveerde, waren ze al naar de binnenstad (wist ik toen niet).

Wat willen ze? Teletekst schrijft de demonstranten een gedeelde analyse van de situatie toe, vanwaaruit men actie voert: banken, sommige investeerders en toezichthoudende politici zijn de oorzaak van de financiële crisis.

Dat is meer analyse dan te vinden op de site van Occupy Den Haag. Die noemt vage doelen (“gelijk beslissingsrecht voor de 99%”):

Ook het resultaat van een chatsessie van “enkele diehards” eind september is van een treurige onbenulligheid (“Wij zijn vóór Ware democratie”).

“Wij geven politici & banken één kans”. “Dank je wel voor de lankmoedigheid!”.
“Wij zijn vóór een andere eerlijke wereld”. “Doe mij de huidige maar”.

De NRC interviewde drie initiatiefnemers – nadrukkelijk géén leider(s) – van Oc- cupy Den Haag aan de vooravond van de actie (NRC, vrijdag 14 oktober 2011). Mijn vooroordeel – activistische anarchisten trekken de kar, met als makke dat men in absolute tegenstellingen denkt, tegen de staat en het systeem vecht en
geen genoegen neemt met minder dan een nieuwe orde – werd iets bevestigd:

  • De bewering dat 1 procent het voor de overige 99 procent heeft verpest – maar dit is overgenomen campagneslogan. Gerben (namens zichzelf): “Wat ons bindt, is dat we ons niet gebonden voelen aan de samenleving”.
  • Robert Julius, ex-student filosofie, 23 jaar: “Op internet gelden oude machtsstructuren niet. Het gaat niet om uiterlijk of gezag, maar om de inhoud”. Die inhoud wordt gelijkvloers gezocht. Gerben: “Vannacht ander- half uur geslapen. Eerst gepraat over een nieuwe server. Daarna nog een hele discussie over de waarde van vrijheid”.
  • Gebrek aan leiderschap en visie: een simpel overleg met de politie over het regelen van de demonstratie duurde drie uur in plaats van de gebruikelijke 60 minuten. Het invullen van het aanmeldingsformulier voor de demonstra- tie nam drie dagen in beslag. Vooral de vraag “doel van de demonstratie” bleek struikelblok.

“Toen om vier uur ’s nachts, vlak voor de deadline, nog steeds vier mensen in één bestand zaten te typen, heeft iemand gedacht: ik verstuur het gewoon. Gerben: “Op hoofdlijn waren er concessies”.

       Toevoeging 22 oktober: een “Mooi stuk over Occupy Den Haag van een De
       Pers journalist” bevestigt het gebrek aan praktische zin/doelgerichtheid bij
       de discussiërende en demonstrerende niet-leiders. Die moest komen van
       een grafisch ontwerper:

Naast een hardcore groep die alleen het Malieveld verlaat om in de stad te demonstreren, zijn er enkele tientallen mensen die af en toe langskomen. Zoals de nuchtere grafisch ontwerper Pascal, een dertiger die overdag werkt, maar ‘s avonds komt helpen. Hij loopt met een EHBO-hesje rond, helpt met de website, of denkt mee over de organi- satie van het kamp. Van hem kwam het idee om groepen te vormen. Er zijn nu teams voor hygiëne, creativiteit, logistiek, beveiliging, media en meet & greet.

de maker van deze clip, met zijn quasi-helpende inzet van ‘recht doen aan het protest’ (niet alleen anarchisten en werkloze jonge academici), heeft zijn eigen belang

De rudimentaire analyse in bovenstaande clip:

  • anderen moeten de crisis betalen (“Nee, wij gaan de crisis niet betalen”); de belastingbetaler betaalt ten onrechte de crisis (bedoeld: de gewone burger).
  • de rijken moeten proportioneel meebetalen aan het oplossen van de crisis (onder andere met argument: “Wij hebben recht op dat geld, want wij werken ervoor”)
  • werk in de zorg moet beter betaald. Dit gekoppeld aan “gewoon, vrijheid voor iedereen” en solidariteitswens (“we moeten elkaar helpen”)
  • Tegen het banksysteem; tegen de vermenging van de bankensector, het be- drijfsleven en de politiek
  • Tegen zelfverrijking aan de top (en subtop): het kapitalisme gaat nu “te ver”, teveel “geld uitgeven”; mensen zouden met minder (materiële dingen, een tweede huis, tweede auto) tevreden moeten leren zijn.
  • Voor inkomensnivellering: “De rijken worden alleen maar rijker en de armen worden armer, terwijl er makkelijk iets aan te doen is, waarschijnlijk”. Idem, met pleidooi voor solidariteit: “Welvaart zou met iedereen gedeeld moeten worden; ouden, zieken, mensen die niet kunnen werken. Het land is van ons, behoort de inwoners toe, en niet slechts enkelen”.
  • Tegen het mismanagement van Nederland, van onze pensioenfondsen, onze spaargelden. Tegen machtsmisbruik. Tegen de weggenomen vrijheid: “Ik voel niet veel vrijheid meer”.
  • Tegen politiek als slechts “management”, ideeënloos: “Je zult mensen ook moeten motiveren”. Financieel beleid in het algemeen of bezuinigen wordt als ideeënloos gezien. Politiek moet de werkelijke behoeften van mensen adresseren (“taking care of”) en er moet aan een gevoel van solidariteit gebouwd worden, aan een gevoel van samen aan een gedeeld project wer- ken. Ook kritiek op de kiezer die politici kiest op persoonskenmerken.
  • Zorg voor de wereld voor mijn (klein)kinderen

Vanmorgen las ik de toepasselijke column van Bas Heijne. Ik nam 65 kopieën mee naar het Malieveld. Het leek me een geschikt vertrekpunt voor eventuele open debatten die zouden plaatsvinden. Wellicht zou ik me aan een gesprek wagen en anders de stapel achterlaten, bijvoorbeeld uitreiken aan een aanwezige coördine- rende persoon.

Een vriendin van me was er om 14 uur – kennelijk net na het vertrek van de op- tocht – en sms-te dat het een lege bedoening was. Op het veld zaten mensen op een kleed of stonden in de nabijheid van hun tent. Het leek wel het strand: ieder- een bewaakte zijn gebiedje. Van enige intentie tot interactie met burgerij of an- dere aanwezigen is mij niets gebleken (achteraf misschien begrijpelijk, men paste op de tent).

het veld om 15.00 uur

Een jong stel, aan de rand van het gebied, was de uitzondering. Een flapovervel naast het wandelpad bevatte hun discussiestelling: “Verander mensen, niet de wereld”.

Slogans op Malieveld, 15 oktober 2011

Ik heb mijn kopieën bij me gehouden. Ik moest uiteindelijk door naar mijn moe- der in het verpleeghuis.

Het leek op een “zitten goed te wezen”, letterlijk opgevat. Een scène uit Spike Lee’s Do the right thing kwam bij me op: oude dronkaard geeft jonge knul wijze levensles:
“Always do the right thing”.
“That’s it?”.
“That’s it”.
“I’ve got it. I’m gone”.

zie op 1.59 min. Dit is de verknipte scène.

Dat je zonder analyse niet ver komt, toont een clip van Fox News in uitvergrote vorm.

          Fox News haalt alles uit de kast: visueel de link leggen met Flower
          Power, uitzinnige uiterlijken en mensen met ‘rare’ hoge stemmetjes.
          Deze presentator ontkent zelfs de overlap in sentimenten tussen Tea
          Party- en Occupy-beweging.

Vertrekken vanuit een verondersteld gedeeld moreel sentiment is te weinig. Want zo’n gevoelsoverlap is aan te wijzen tussen aanhangers van de Tea Party en de Occupy-beweging.

Natuurlijk is het vervelende van analyses dat ze verschil van mening zichtbaar maken en mensen op zichzelf terugwerpen. Maar wie dat niet aanvaarden wil en meent resultaten te kunnen boeken zonder daarvoor inzet, strategie, (tactisch) vernuft en vasthoudendheid nodig te hebben, ontmaskert zichzelf als fantast.

[Toevoeging 22 oktober] Overigens ontbreekt de analyse bij Occupy Den Haag niet geheel. Een stuk van Marion (sprekend voor zichzelf?) plaatst twee massieve blokken tegenover elkaar, mijns inziens ongemerkt zichzelf vergrotend, als in: goede kleine David tegenover het kwade, grote systeem.

“Fundamentele keuzes” door de politiek zijn volgens Marion noodzakelijk. De “bankiersuitleg van de religie van de “vrije markt” ” dient verlaten – ze laat in het midden of ze de geperverteerde bankiersuitleg bedoelt of het kapitalisme in het algemeen. Ook is ze erg overtuigd van haar (/hun) gelijk (“geen zin meer om te wachten totdat het doordringt” en “Wij beginnen vast, en jij mag meedoen”):

Door het bezetten van symbolische plekken – in Nederland het Beurs- plein in de hoofdstad en het regeringscentrum in Den Haag – probeert de Occupy-beweging duidelijk te maken dat het op deze manier niet verder kan, en dat een fundamentele kritiek op de heersende econo- mische verhoudingen actueler is dan men in Den Haag doet voorkomen. Wij hebben geen zin meer om te wachten totdat het doordringt dat ze, met de omarming van de bankiersuitleg van de religie van de “vrije markt”, een grote vergissing hebben begaan. Er staat domweg te veel op het spel. Hun onwil en onmacht om over fundamentele keuzes na te denken, daar consequenties aan te verbinden en ze als ideaal te verwe- zenlijken, zijn in ieder geval niet de onze. Wij beginnen vast, en jij mag meedoen.

Natuurlijk is de Occupy-beweging “fundamenteel vernieuwend” en schermt Ma- rion met een verwantschap met de Arabische Lente (“Arabische revoluties“), ziet ze de actie op het Tahrirplein als een “collectieve zelfemancipatie” – terwijl ze tegelijk de zorg van Zizek, ook door Heijne genoemd, tot de hare maakt. Grootse dromen, grote woorden, niet gesteund door werkelijkheid [einde toevoeging].

Ik meen dat de gemene deler waarop de Occupy-beweging drijft verontwaardiging over zelfverrijking en afwentelgedrag is (wel de lusten, niet de lasten). In onder- staande trailer van Inside Job appelleren de beelden van buitensporige welvaart direct (seconde 28, seconde 57 e.v.). Daar is niets mis mee. Maar wanneer zulke morele energie zich niet vertaalt in een analyse van de oorzaken – en Inside Job biedt die: piramidespel, fraude, tekortschietende professionele ethiek (econo- men, toezichthouders, bankiers, handelaren, politici), te grote invloed van de fi- nanciële sector op de politiek, laffe politici – en een strategie hoe verandering te bewerkstelligen, verzandt een en ander al snel.

De informatiedichtheid van Inside Job is hoog. De eerste keer bleef vooral de bul-
ly-kop van Larry Summers me bij – en doodde elke lust tot verweer – en de ras-
pende stem van de vertegenwoordiger van de Amerikaanse Vereniging Eigen
Huis (nou ja, niet echt), die al decennia de problemen aangekaart had maar on-
gewenst een Cassandra-rol had

Misschien is het gedeeld moreel sentiment dit keer wel voldoende voor een effec- tieve, beperkte gezamenlijke actie (tegen de mediamacht van Fox News in). Als Tea Party- en Occupy-mensen nu eens gezamenlijk actievoerden voor berechting van hoofdschuldigen van de kredietcrisis van 2008 – zoals bij eerdere bankfraudes is gebeurd – en terugvordering van de ‘piramidespelwinsten’ van de belangrijkste CEO’s? Van zulke veroordelingen kan een heilzaam preventief effect uitgaan.

De Occupy-beweging is impliciet een commentaar op de huidige politiek. Kenne- lijk worden de grieven van deze burgers – die kleine morele agenda van: bestraf zelfverrijking over de ruggen van burgers – onvoldoende opgepikt door bestaan- de politieke partijen en regeringen.

[Correctie november 2011: mogelijk was ik iets te rooskleurig over de gedeelde sentimenten van Occupy-ers en rechts-populisten. De overlap kan weleens be- staan uit een gedeeld populisme, een analyse van het maatschappelijk kwaad ge- baseerd op een simpel onderscheid tussen elite en volk. Sarah de Lange:

Dit populistische gedachtegoed is ook terug te vinden in de geschriften van de Occupyers. Zij claimen dat het volk uitgebuit wordt door een elite van bankiers en politici, die met elkaar onder één hoedje spelen om hun positie en rijkdom in stand te houden, en stellen dat zij de belangen verdedigen van de 99 procent van de bevolking die niet bulkt van het geld en nauwelijks politieke macht heeft. In de woorden van Occupy Amsterdam: ,,De Occupy-beweging is van het volk, van de 99 procent”.

Hoewel de Occupy-activisten benadrukken dat ze uit alle lagen van de bevolking komen, beklemtonen ze ook dat ze allemaal gewone burgers zijn. Op de website van Occupy Amsterdam staat te lezen: ,,We zijn gewone mensen. We zijn, zoals jij, individuen die elke ochtend op- staan om te studeren, werken of werk te zoeken. We zijn mensen met familie en vrienden.” (..)

Het populisme heeft zowel goede als slechte kanten. Zo is het we- reldbeeld van de Occupyers dichotoom en weinig genuanceerd, en dragen zij geen concrete oplossingen aan voor de problemen die zij signaleren. (..)

De Occupy-beweging toont wederom aan dat kiezers in Nederland, en elders in de wereld, zich onvoldoende vertegenwoordigd voelen door de gevestigde politieke partijen. Voor hen is het inmiddels vijf voor twaalf.

Juist op het iets ongenuanceerde aspect van Inside Job – althans volgens Liesbeth Noordegraaf-Eelens – waarbij achteraf iedereen altijd al zag dat complexe financi- ele producten als CDO’s ‘niets anders dan’ een piramidespel waren, slaat de Occu- py-beweging aan. Men zoekt de versimpeling. Dat is bevorderlijk voor groepsvor- ming op korte termijn maar garantie voor falen later [einde toevoeging novem- ber].

Persoonlijk heb ik weinig op met het drop out-sentiment. Dat begint met het streven naar machtsvorming vies te verklaren (zie het geëmmer van de niet-lei- ders hierboven).

De ludieke Occupy-deelnemers doen me denken aan publiek in Thialf, dat soms vooral zijn eigen feestje bouwt, inclusief dweilorkest. Drie keer raden wat ik in deze vergelijking onder schaatsen versta.

De basisdemocratie-kant van Occupy (“Iedereen welkom, ieder’s inbreng gewel- dig”) bevat de agressie van rigoureuze gelijkschakelaars, aversie tegen mensen die zich onderscheiden. Elite is vies, ook al is zij gebaseerd op verdienste.

Het gevolg is dat men vaak het wiel opnieuw uitvindt.

Deze clip onthult de richtingloosheid en het vermogen tot daderschap van de Occupy-mensen (2.40 min), hoewel het ook geval van kwaadaardig editen, verneukt worden door de mediamaker kan zijn.

Toen ik arriveerde, zat mijn vriendin op een bankje bij het hertenkamp (het Oc- cupy-veld had geen bankjes). Een passerende man met hond vroeg of wij wisten van wie of wat die tenten waren. We raakten in gesprek. Hij bleek in het vast- goed te zitten maar op bescheiden schaal, hij verhuurde garages. Zijn vader was aannemer geweest.

Na verloop van tijd vroeg ik naar zijn politieke kleur. Hij had CDA en VVD ge- stemd, ook weleens links. Geen bestaande partij dekte zijn opvattingen. Het programma van een volledig matchende politieke partij zou een mengeling van rechtse en linkse elementen moeten zijn.

Ik merkte om de hete brei heen te draaien. Begrijpelijk: de man liet zijn hond uit, je begint beleefd. Ergens bereik je echter het punt: gaan we in gesprek of blijven we beleefdheden uitwisselen (over de crisis)? De vraag naar zijn politieke kleur markeerde het omslagpunt.

De man was, op een weidse manier, tegen overheidsbemoeienis. De Amerikanen hadden de crisis van 1929 toch ook op eigen kracht (= zonder overheidsbemoeie- nis) opgelost? Ik had geen antwoord klaar, bij gebrek aan kennis van de oorzaken en oplossing van die crisis.

Vanavond bekeek ik het begin van Inside Job opnieuw. Vrije spel van de markt na de Krach? De Glass-Seagall-Act (1933) heeft lang het bankgedrag voorkomen dat, na de deregulering onder Reagan, de recente bubbles inleidde (Clinton ondernam er ook niets tegen).

Tot slot Heijne’s column. Aan de ene kant ondersteun ik de strekking, aan de an- dere kant is, wat hij ook zegt, Heijne gratuit – een columnist. Het steevast in twijfel trekken van de motivaties van mensen, onder het mom van de dingen niet mooier willen voorstellen dan ze zijn, gaat tegenstaan. Het roept een leunstoel op. De verbinding met een handelingsperspectief ontbreekt. Ik denk dat Heijne, als hij in de spiegel kijkt, beaamt dat hij ongeschikt is voor iedere beweging. Hij is behept als individualist. Abram de Swaam bekende ooit iets vergelijkbaars.

Heijne stelt dat ‘linkse’ mensen terugschrikken voor het moeizame werk van de wereld veranderen. Het gelijk aan je zijde hebben en anderen aansporen, is mak- kelijker (“Men voelt zich er goed bij (Neem het niet!), pronkt met bewijzen van het eigen gelijk”).

Van Jelle Brandt Corstius pakt hij die uitspraken op die hem ongericht boos doen overkomen (“Hier moet je bij zijn, ook al weet je niet precies waar je bij bent. Meedoen is belangrijker dan winnen”) en besluit dat Jelle er zo een is die afkomt op de reuring (“Acteurs, journalisten en denkers haasten zich bij de opstandigen aan te sluiten, want de opwinding zelf was al genoeg eh, opwindend”). Het is al- tijd sympathiek je tegenstander zo sterk mogelijk te presenteren.

Ten gunste van Brandt Corstius in De Wereld Draait Door kan gezegd:

  • Hij gebruikt zijn bekendheid om PR te genereren
  • Hij start een activiteit die kennis over de financiële crisis vermeerdert: openen van een open luchtbioscoop en vertoning van de kwalitatief sterke documentaire Inside Job
  • Hij doet een algemene wake up-call: wordt wakker, die crisis raakt ook jou, gaat ook over jou
  • Hij focust, heeft het niet over het systeem, erkent het bestaan van zeer verschillende politieke opvattingen maar acht ze irrelevant. Zijn actiepun- ten: “ietsje meer regels voor banken”, zoals een “groter eigen vermogen” (5.00 min), “kleinere banken” (5.15 min), “scheiding nuts- en investerings- banken” (6.50 min) en de oproep deze onderwerpen te agenderen (in de Nederlandse politiek).

Jelle Brandt Corstius in De Wereld Draait Door

Ook de intellectuelen Stiglitz, Naomi Klein en Zizek schrijft Heijne ijdelheid en vrijblijvendheid toe. Zizek krijgt nog de gunstigste pers.

Critici van het neoliberalisme als Naomi Klein en Joseph Stiglitz haast- ten zich naar Wall Street om hun gelijk op te eisen. Ik gun ze hun mo- ment. Alleen: hun scherpe kritiek van het afgelopen decennium is aan de zijlijn gebleven. En heeft geen noemenswaardige invloed gehad op het systeem, er is geen krachtige beweging uit voortgekomen die het systeem zelf te lijf is gegaan. (..)

Men blijft hangen in een academisch discours of organiseert universi- taire debatten of ludieke manifestaties, maar pogingen om zich wer- kelijk te organiseren, om werkelijk in te grijpen in het systeem, strandden door een fataal gebrek aan praktisch engagement.

“Haastten zich naar Wall Street”, “gun ze hun moment”? Heijne verzint ijdelheid (je gelijk halen) die hij vervolgens ontmaskert.

Maar al had Heijne gelijk: wat is de toegevoegde waarde van het melden van dit oordeel?*

Heijne analyseert met een zekere overtuigingskracht in Moeten wij van elkaar houden (2011) de zwakke manier waarop links het populisme retorisch bestrijdt. Dat gaat dus over hoe je in het debat op te stellen. Des te merkwaardiger dat hij het krachteloze Bromsnor-effect van zijn gemopper niet in de gaten heeft.

Nou ja, hij weet mij te ergeren.

De implicatie van Heijne’s betoog is dat ook Stiglitz en Klein lifestylende linksen zijn. Ze hebben niet geholpen een beweging op te richten die hun inzichten han- den en voeten geeft.

Van mij hoeft die eis (een beweging helpen oprichten) niet, hoewel Heijne het klassieke dilemma voor intellectuelen aanstipt. Maar als hij het doet, laat hij dan ook zichzelf langs zijn meetlat leggen en de waarachtigheid van deze wekelijkse meningen en oordelen op bestelling toetsen. En toelichten waarom hij zich ontsla- gen acht van de taak aan machtsvorming te doen, praktisch engagement te to- nen.

Over de Occupy-protesterenden laat Heijne zich tegenstrijdig uit:

  • ze zijn woedend (op de niet-lerende bankiers). Woede als boosheid, niet onmacht
  • ze geloven niet in revolutie (dit als sadder but wiser)
  • ze zijn beschaafd
  • onmacht knaagt aan ze (waar blijven die linkse politici om ze te mobiliseren)

In dat laatste element schuilt de tegenstrijdigheid. Waarom geeft Heijne de de- monstranten niet op hun falie? Zitten me daar een potje onhandig boos te wezen, als de grommende motor van een auto die niet wegrijdt.

Heijne gaat over twee weken in Groningen in debat met Dick Pels (zulke publieke optredens beschouw ik overigens als een vorm van praktisch engagement), wiens Het volk bestaat niet de nodige suggesties bevat om “in te grijpen in het sys- teem” (niet het “economisch” systeem – of laat Heijne uitleggen wat hij bedoelt – maar onze democratie, zich echter uitstrekkend tot adviezen over de media). Ik ben benieuwd wat dat debat oplevert. Ze delen populisme en de effecten van de huidige mediacultuur als interessegebied.

Ik gok op ruzie op betrekkingsniveau: Heijne vindt Pels idealist, blauwdrukden- ker met een slecht begrepen machtswil, Pels Heijne eenzijdig erudiete sombe- raar die teveel zijn beleving op de wereld projecteert en zijn aanmatiging niet beseft.

[PS: dit valt mee:

  • Pels uit een voorspelbaar verwijt dat Heijne teveel gemeenschapsdenker is – dat wordt al snel ingebracht wanneer iemand ‘cultuur’ als ‘individu vormen- de traditie’ opvoert; Pels relativeert het vormende belang om zijn eigen vooroordeel van grote plasticiteit van het individu overeind te kunnen hou- den.
  • Heijne’s fascinatie voor ‘het eigene’ lijkt een persoonlijke twist te hebben: meer dan het vormend karakter van cultuur lijkt hem een veronderstelde ‘onvatbaarheid voor wat dan ook’ erbinnen te fascineren: “Hij noemt de mislukte fusering tussen de voetbalclubs Sittard en MVV als voorbeeld van het lokale. “Beide clubs waren noodleidend en van nature rivalen. Toen er werd geopperd om ze maar te fuseren om ze te redden, was het hek van de dam. Dat kon echt niet! Uiteindelijk was het probleem de fusie, en niet de financiële perikelen. Ze waren zo blij dat de fusie niet doorging, dat ze het brachten als een overwinning.” “Het lokale is veel sterker dan het grote,” vervolgt hij”.
  • Heijne veronderstelt een specifieke vorm van verlangen naar binding, naar het model van het romantische natiebegrip. Deze irrationele vorm (zoiets als een verlangen dat geen object kan vinden, wat Heijne historisch verklaart, de mensen zijn teveel atomistisch liberaal geworden om nog de zelfbinding te kunnen of willen aanvaarden die samen gaat met deel uitmaken van een groter geheel) veronderstelt hij mee te klinken in het geschreeuw van rea- guurders op internet. Pels meent van niet: “Die mensen schreeuwen niet om binding, ze schreeuwen gewoon.”. Pels miskent het verlangen tot iets gro- ters dan jezelf te behoren niet, maar haalt er het zompige af, dat dit ver- langen bij Heijne heeft. Tegelijk is zijn argument hierboven zwak en intro- duceert een eigen vorm van losgezongen irrationaliteit. Hoezo ‘gewoon’? Mensen hebben gewoon zin een potje te schreeuwen? Geheel toevallig als het gaat om moslims of Polen of etc?
  • Heijne’s betoog sluit niet uit dat machtspolitiek wel verschil maken kan, an- ders dan een beroep op het inzien van de redelijkheid van bepaalde argu- mentaties met een Verlichtingskarakter (met universele strekking). Maar als hij dat beaamt, haalt hij de angel uit zijn betoog: zo resistent is irrationali- teit nu ook weer niet. Als mensen ‘verlichtingsopvattingen’ wordt bijge- bracht met harde hand, is het dan erg dat ze een eerste generatie niet ge- loofd maar getolereerd worden, en een tweede generatie ‘op school geleerd’? Dat is het alleen als je authenticiteit belangrijke waarde vindt, die vereist dat je al je opvattingen kritisch onderzoekt en al ziftend toe-eigent – als bij een christelijke belijdenis of naar het adagium van de Verlichting. Anders gezegd: Heijne’s redenatie is enerzijds onbeseft Freudiaans, met een zwak ego/lo- gos dat het moet opnemen tegen machtige irrationele driften/Romantiek en anderzijds van beperkte reikwijdte: de rede is misschien geen partij voor deze vreemde oerdrift ergens bij te willen horen, maar macht wel.]

*: Ik heb dit gemopper van Heijne eerder Bromsnor genoemd. Ook deze week op Twitter was het weer raak:

In #NRC het onvermijdelijke opiniestuk waarin het wordt OPGENOMEN voor de NS-plaszak. Zelfs het dwarse geluid is in NL angstig voorspel- baar.

Heeft Heijne nu echt niet in de gaten dat zijn tweet even onvermijdelijk en voor- spelbaar is? Met Rob Hoogland schud ik het moede hoofd.

Advertenties

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: