Zomaar een afscheid onderweg


Mijn moeder vandaag. 5 februari viel ze uit een tillift. Sindsdien houdt ze bed, recent met korte uitstapjes van anderhalf tot twee uur van bed naar rolstoel. Haar toestand is verder verslechterd. Ze kan zich nog maar kort concentreren. Te lang luisteren leidt tot schokken van het lichaam.

Deze week heeft ze een gemakkelijke rolstoel gekregen. Bij mooi weer is het mo- gelijk, indien we ’s ochtends komen, haar 15 minuten in de zon te zetten. Het verpleeghuis is gelegen in een fraaie parkaanleg.

Vanmorgen had ze een zwaar programma doorlopen: onder de douche geweest, het haar gewassen. Ze was in slaap toen ik arriveerde. Ik nam de gelegenheid te baat haar op de foto te zetten met mijn oude mobiele telefoon met beslagen op- pervlak, wat een verbleekte foto-, omgekeerd David Hamilton-effect heeft, gokte ik.

De foto zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, zoals ook andermans baby’s minder spreken.

Het is een zegen van de natuur dat mijn moeder zo langzaam inslaapt. Ik krijg al- le kans te wennen aan het onvermijdelijke.

Ik merkte het zwarte gat van de mondholte als beladen te ervaren, ‘gat van de dood’. Dus daar keek ik dan even naar. Wat is er zo erg aan?

mijn moeder augustus vorig jaar

Postscriptum enige weken later:

Ik heb deze tekst enkele keren geredigeerd nadat ik hem op het web heb gezet. Het is niet het enige teken van kunstmatigheid. Schriftelijke communicatie heeft zijn eigen wetten. En die mondopening was angstaanjagend. Maar misschien werkte ik ernaar toe de dood als iets zoets, aanvaardbaars voor te stellen.

Ik merk hoe raar bezoeken van een mogelijk stervend iemand is. Duidelijkst voorbeeld is het aanraken van mijn moeder. Dat is een letterlijk grens uitwissend contact.

Ik meen haar daarmee tot steun te zijn. Het drukt uit ‘Ik ben er voor je’. Maar geef ik of ben ik ook behoeftig? Wil ik cocoonen tegen de dood?

Lees ik mijn moeders lichaam, dan bereidt het zich voor op de dood (het kan ook de verkoudheid zijn die haar nu te pakken heeft). Voor die realiteit deins ik te- rug.

Mijn bezoeken duren twee uur. Misschien is het inbeelding maar ik meen dat ik er met mijn aandacht bij moet zijn, wil het van waarde zijn. Soms, als ze rust, lees ik iets. Riskant. Alsof de eventuele verveling deel van de ervaring moet zijn. Het is nodig stil te staan bij het moment, in het besef dat het verglijdt.

Misschien is dat het: nu nog tijdverdrijven is onvergeeflijk.

Postscriptum juli:

Moeder weer in het ziekenhuis. Je bent nauwelijks wakker en je moet al beslissen of je in het voorkomende geval kiest voor overgaan op ‘morfine’-behandeling. Zo ver is het, een dag later, nog niet. Het is een lief vrouwtje, maar alle tekens wij- zen erop dat het lichaam aan zijn einde komt. Ik heb er vrede mee als ze op het juiste midden van kwaliteit van leven en last van lichamelijk lijden – dus links van dat midden – overlijden mocht in haar slaap. Met mijn zus heb ik de crematie nu ook zo goed als geregeld.

25 juli is mijn moeder overleden, nadat haar gedraineerde long een week later al weer volgelopen was, ze het ’s ochtends plots heel benauwd kreeg, op morfine werd gezet en haar kinderen gedurende de dag nog bij haar waren. Op moment van overlijden was ik er niet. 24 juli bezocht haar broer haar nog en haar jongste zoon, die schizofrenie heeft, in gezelschap van een begeleidster.

31 juli: prachtige ingescande foto van mijn moeder, begin twintig, ontdekt in de voorbereiding van de plechtigheid.

Advertenties

1 comment so far

  1. Rob Alberts on

    Indrukwekkend beschreven.
    Gecondoleerd.
    Bemoedigende groet


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: