Fantastische plaatjes bij bijna net zo mooie praatjes


Parijs, 28 augustus 2013, Louvre

Is uw vraag: “Welk kunstwerk raakte je nu echt, gedurende je achturig verblijf in het Louvre?”, dan is mijn antwoord: “Dat werk van Corot. Het was ruim in de middag, half vier, ik was bezig met een ronde ‘werken die ik zeker nog gezien wil hebben voor ik vertrek’ – Ingres, om precies te zijn, was mijn doel, diens haremfantasieën vielen overigens nogal tegen – toen mijn hoofd met kracht opzij getrokken werd naar deze Corot. Het coloriet vooral riep een primaire, emotionele reactie op”.

Maar, zoals dit antwoord al suggereert, lang stilgestaan bij en voor dit werk heb ik niet. Geen tijd voor, voor mijn gevoel. Zo veel nog niet gezien van het weinige – ik was niet gek, ik had voorgeselecteerd – dat ik wilde zien, en toch al zo veel verstouwd, aan de grens van mijn opnamevermogen.

Het schilderij roept op: ingetogenheid, introversie, overwonnen melancholie. De eerste twee zijn nogal stereotype, zult u zeggen. Mag zijn, maar ik sla er op aan, niet op wenselijke vrouwvoorstellingen maar op de emoties door hen gerepresenteerd. Zoals Isabelle Huppert in het het personage dat ze speelt in La Dentellière.

     .

‘Zingara’ betekent ‘Italiaanse zigeunerin’ of ‘zigeunerin (in het Italiaans)’. Maar het is geen echte. Niemand verwacht deze zigeunerin met de tamboerijn op haar heupen te zien slaan tijdens een opzwepende dans. Ze is een burgermeisje en romantische fantasie van een schilder van 69 jaar.

Haar schouder hangt wat af, haar lijf is grotendeels verborgen onder de jurk. Sterk lijkt ze niet – ze hoeft niet hard te werken – wel krom. Ik wist dit allemaal niet toen ik ernaar keek en het past ook niet bij een primaire reactie maar vooral: het doet er niet toe.

Botticelli-Venus-detail1De frêle linkerarm krijgt accent en is mals, aanlokkelijk, jong. Terughoudend, afwerend of bedeesd daarentegen is de rechterarm, hoewel die ook iets op zichzelf staands heeft, aan idealisering á là Botticelli doet denken, afgezien van de schaduwwerking op de hand. De schaduwwerking lijkt meer psychologisch dan ‘naturalistisch’ gedreven, met een lichtbron van rechts en van voren, bekeken vanuit het model. De schaduw benadrukt mijns inziens teruggetrokkenheid.
Als al een detail spreekt, is het die rechterarm. Als gebaar afwerend, als losstaand ‘fragment’ lokkend.

Maar eerst en voor al roept de kleurstelling van het schilderij bij mij die wereld op, een van achter zich gelaten melancholie, mildheid en openheid achter reserve.

(Googelen leert dat Corot aan het eind van zijn twintiger jaren naar Italië reisde en onder de indruk raakte van de schoonheid van Italiaanse vrouwen, onder andere hun billen, maar ze minder gracieus en welgemanierd vond dan de Franse. Over Corot’s liefdesleven ben ik niet geïnformeerd. Er wordt gemeld dat hij zijn leven lang ongetrouwd gebleven is en nog lang naar zijn moeder luisterde)


Deze Corot trok even later ook mijn aandacht. Ik associeer het met as en in de rouw zijn, ook hier allereerst verlopend via de kleurstelling. De vrouw heb ik in die eerste blik als type waargenomen, het boek is me (zo snel keek ik) ontgaan.

Ik bekeek vandaag als eerste de Italiaanse beeldhouwkunst uit de Renaissance. Het ‘Middeleeuws Louvre’, het Louvre als bouwwerk, stond op de lijst maar heb ik laten vallen. Wel pakte ik mee, zoals gepland, de ‘Noordelijke Renaissance’ (14e eeuw), met een ongepland afdwalen tijdens het spitsuur rond lunchtijd naar de Italiaanse schilderkunst, en de Egyptische nijverheid en kunst.

Deze laatste afdeling bereikte ik om 17 uur. Ik was al van plan er een lange sessie van te maken, vandaar mijn bezoek op woensdag, dag met een avondopenstelling. Maar ik kan achteraf toch betrekkelijk weinig van mijn bezoek zeggen. Het was in hoog tempo kijken, denken/’ervaren’/screenen, fotograferen, boekstaven haast, als een optimaal benutte kopieermachine. Anders dan met de Vietnamese ambassade vind ik dit echter wel nuttig geweest.

Bij een volgend bezoek kan ik bijvoorbeeld beginnen met de Egyptische afdeling en dan vormen mijn oude foto’s een goed vertrekpunt, of minstens zo goed als ieder ander. Ik kan met mijzelf vergelijken en het verschil stof tot nadenken zijn.

Een ander besef bij deze afdeling, zeker op dit late tijdstip, was: “Dit is niet te doen”. Je kunt het allemaal wel ‘kunst’ noemen maar het Louvre is een grote zolder, keurig op orde, een uitstalkast van eeuwen culturen. Egypte vergt een andere mindset, hoewel er niets op tegen is en het ook onvermijdelijk is die artefacten vanuit vooronderstellingen/vooroordelen te benaderen, zoals blijkt uit mijn fotoselectie, die hedendaagse preoccupaties/voorkeuren verraadt, eerder dan een me openen voor het nieuwe. Gunstig voorgesteld heb ik evenmin een ‘monumentale’ interesse, zoals Nietzsche dat noemde.


Brancusi lookalike – Mes in de vorm van een vis, 3600 – 3200 voor Christus

Enige gedachten bij Egyptische werken:

  • Ik blijf met westerse ogen kijken, wil individuen zien, al vertelt de audioguide dat de beelden volgens lang onveranderlijke stereotypen werden gemaakt.
  • Maar als individuen zien ze er soms uit, ondanks en dankzij geïdealiseerde trekken, aangenaam voor het oog. ‘Het meisje met de parel’ van Vermeer is ook een tronie. Soms lijkt een afgebeeld echtpaar minder de eigen status te willen benadrukken dan hun verbondenheid en lijkt het op die manier persoonlijk. Ik voeg er zelf het sentiment aan toe van “5000, 4000 jaar geleden…”.

Op het eind waren er enkele oudere mannenkoppen. Daarop reageer ik zoals op de ‘realistische’ portretkoppen ten tijde van Caesar in Rome (in die periode worden ze ook gedateerd, 1e eeuw voor – 1e eeuw na Christus). Met dat realisme voel ik me verwant; de lelijke pukkel als waarmerk van het echte.


Dit vrouwenlijf kwam me voor als een uitgezakte variant van Maillol (en de slanke verwant van de Venus van Willendorf), door het kleed wat sensueler, decoratiever dan hij, en ook door de vleselijker textuur, zachter dan de altijd alsof in corset gestoken overkomende figuren van Maillol; maar niettemin: compacte volumes.

Verder bevestigde het bezoek mijn voorkeur voor een wat kinderlijke theatraliteit. Kinderlijk is de manier waarop ik ervan geniet, zoals kinderen van gruwelsprookjes. De schilder Böcklin of de films van Tim Burton roepen dat ook bij me op.

‘Griezelen’ is misschien de passende term voor dat kinderlijk genot. Het is niet het sublieme, het serieuze ontzag voor verscheurende natuurkrachten, eindeloze ruimten of duizelende diepten. Het is deels arrogant, omdat ik ermee knipoog ‘dat ik ook wel weet dat dit een spannend verhaal is’, terwijl dat helemaal niet zo zeker is. Maar op deze manier bekeek ik met plezier de doeken van Jan de Beer en Jan de Cock, waarin veel verhalends is te zien.

L-17L-18
L-12L-13

Dan is er mijn “lekkere wijven”-topos. In Lucas Cranach’s gratiën kon ik weinig anders dan joffertjes zien, erg open voor contact met de andere sekse. Ze zagen er zelfs gekleed uit (het zullen de hoed en kettingen geweest zijn en de scherpe blik van de rechter dame), als dames aan het achttiende eeuwse Franse hof. Hoewel naar hedendaagse begrippen niet erotisch (al was het maar omdat ze er niet mee bezig lijken te zijn – de middelste vrouw maakt zich eerder zorgen of ze er modieus uitziet), ogen ze op hun gemak en zeker in hun naaktheid.

Maar dit is niet mijn “lekkere wijven”-topos. Dat is de spontane lust de Venus van Milo, toen ik er tegenaan liep, zo sexy mogelijk te fotograferen.

Ik vermoed dat dit een hernieuwd – ik deed het eerder in Napels en Rome, het betreft canonieke beelden die je geacht wordt met eerbied en onerotisch te bekijken – bezweren van het vergeestelijken/idealiseren van vrouwen is, waarmee ik de puberteit betrad. Als adolescent fotografeerde ik mijn moeder op een bepaald moment – waarschijnlijk tijdens de oudejaarsviering – met op mijn verzoek een fles Irish Cream aan haar lippen.

Ook licht erotisch is mijn zwak voor Antinous, hoewel die trekken van een stripfiguur heeft en dus vergaand is ontdaan van individualiteit. Het is het verhaal van Hadrianus dat het beeld diepte verleent. De Louvre-variaties op zijn thema vond ik echter niet bijzonder genoeg.

Theatraal, tot slot, en wellicht tegelijk bezwering van een loodzware Jezus (zie zo meteen) en een zich opofferende moeder, is mijn zwak voor het Ophelia-motief. Ik liep, vrij in het begin van mijn bezoek, tegen ‘De jonge martelares’ van Paul Delaroche (1855) op. Uit het tekstbord blijkt dat Delaroche, ondanks de andersluidende titel en kennelijk christelijke strekking, het Ophelia-motief oppakte, dat toen betrekkelijk nieuw was.

Minder begrijp ik mijn ‘smelten’ voor Rogier van der Weyden. Het sluit aan bij het kinderlijk genieten van theatraliteit en drama, van ‘aanstellen’ en overdrijven. Misschien bezweer ik hier de drukkende kant van godsdienst in mijn jeugd. Ik vergewis me ervan ‘dat ik dit niet meer geloof’ en dit als verhaal kan zien. De drukkende verhevenheid van het lijdensverhaal is teruggebracht tot een sentimenteel of aangrijpend verhaal – maar verhaal.

Op de basisschool wist de lerares mij in groep 3 tot tranen toe te beroeren met een zeer op het schuldgevoel inwerkende beschrijving van het lijden van de Here Jezus aan het Kruis voor onze – ook mijn – zonden. Alsof ik een beetje mee de spijker in zijn polsen sloeg.

Maar Jezus was daarnaast voor mij de beschermende vader/oudere broer die ik niet had. Jezus was zoon en toch ook God. Van hem kon ik op aan, hij had zelfs voor mij zijn leven gegeven, was uit de dood opgestaan en nu onoverwinnelijk.

Maar het is niet bij de Jezus van mijn jeugd gebleven. Recent is Jezus komen te staan voor de zorgzaamheid van en tussen mannen – maar toch ook nog wel voor de ‘geestelijkheid’, niet-viriliteit van mannen, wellicht de zorgzaamheid van mij voor mijn vergeestelijkte moeder. Hoer-madonna binnen de mannenborst zelf.

Behalve vrouwen moe(s)t ik ook ‘goede’ mannen/jongetjes ontidealiseren.

Tijdens mijn Londen-vakantie in 2009 werd ik het meest geraakt door hoe Jezus ons aankijkt op een schilderij van Jeroen Bosch. Dat was geen Jezus die mij me schuldig deed voelen (‘ook jij hebt hem in die positie gebracht’), de ontroering was deels zelfbetrokken en in die mate licht sentimenteel (‘Hoe ook ik ten onrechte bespot werd terwijl ik het goede nastreefde’), maar met een Jezus die iets anders zegt: “Zo is de wereld, ik heb er mee om leren gaan, nu jij”. Jezus houdt de mogelijkheid voor van vergeving of liefde.

In the National Gallery bemerkte ik ook plots een zwak voor Jezus die je frontaal aankijkt (heel Hollands direct). Die fascinatie is gebleven, hoewel in het Louvre een slag gedraaid, meer inventariserend: “Zo kun je Jezus ook afbeelden”.

Bij Van der Weyden kan ik me ook voorstellen dat ik in hem de christelijke geborgenheid van mijn jeugd probeer onder te brengen. Zijn kleurstellingen zijn vertrouwd, herhalen zich. Ze spiegelen de gesloten, overzichtelijke wereld van het christendom waarin ik opgroeide. Als je je best deed, mocht je ervan uitgaan dat het goed zat. God en je ouders hielden van je.

Ook hebben de personages een niet zelfingenomen verhevenheid, ze zijn aangedaan, in het besef in Wiens gezelschap ze (mogen) verkeren. Dat laat zich lezen als uitdrukking van: ieder mens is belangrijk.

Toch voel ik, als ik dit noteer, weerstand. Het is een afgekochte acceptatie, liefde op voorwaarde. Het is een erkenning van autoriteit: ik zal braaf zijn.


Rogier van der Weyden - detail
VanderWeyden-BraqueVanderWeyden-Braque1

Tot slot deze diptiek van Jan Gossaert. Hier heb je opnieuw die niet-zelfverliefde devotie, waarin ik geloof vanuit de buitenkunstzinnige kennis, dat de diptiek voor privé-gebruik bedoeld was, niet om ten toon te stellen.

Zo op orde gebracht, zit er een mooie lijn in deze rommelige en wederom intensieve dag.

P.S: als staartje: (1) een vrouw die er zeer koel uitzag maar dat kan het ontbreken van make-up zijn en (2) een clichématig aandoende ‘Zie mij me eens boven de toeristen verheffen’-foto. Maar hoewel meewarigheid arrogantie insluit, was ik ook licht begaan met die mensen die volgens mij niet weten waarnaar ze kijken.

Maar dat gevoel is ook mij niet vreemd, ‘Ecce Homo’ zoals in ‘Tourists’ van Duane Hanson.

Advertenties

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: