Archive for the ‘geraakt’ Tag

Loterij zonder winnaars


Het natuurlijke stervensproces bevat een sadistisch element: “Is het evenwicht houdbaar? Welnu, dan doe ik er een fysieke terugslag bij. Hoe voelt het nu?”.

De sadist heeft de macht. Het gegeven is dat je eens dood moet. Als je het nu nog kunt rekken, dan láter niet meer. Waarom zo tegenspartelen? Lees verder

Advertenties

Complicaties


Met mijn moeder in de ontvangstruimte van het verpleeghuis. De bar sluit om 16 uur. Het is na 16 uur. We hebben de zaal voor ons alleen.

Ze is bezorgd haar ouders in het hiernamaals te ontmoeten. Ik was er zelf niet opgekomen maar het is een zorg als alle andere. Lees verder

Samen op


Ferdinand Hodler (in spiegelbeeld, want zo ligt mijn moeder vanuit mij bekeken)Maandag heeft mijn moeder, negenenze- ventig, een beroerte gehad. Mijn zus en ik waren, sinds een jaar, rustig bezig een ge- schikt columbarium of urnenveld te vinden en een geschikte urn, om niet overvallen te zijn als het zover is; alles in overleg met mijn moeder, die aan huis gebonden is (we maakten foto’s).

Het grote verschil tussen voorbereiding en mogelijk nabije werkelijkheid is een toegevoegd sterk gevoel van verantwoordelijkheid.

Sterven doe je niet alleen. Mijn moeder is op een onvoorspelbare tocht. De dood is dichtbij.

Ik had weleens gelezen of opgevangen dat, vlak voor de dood, de wegen van ster- vende en familie/omgeving scheiden. De een vertrekt, de anderen blijven. De stervende zou zich dat als eerste realiseren en ernaar handelen, in zichzelf keren.

Zo gaat het nu in elk geval niet. Het dringt zich juist op dat mijn moeder mij en de andere kinderen nodig heeft. We begeleiden haar op een onzekere weg die we evenmin kennen als zij. We waken bij het leven. We reizen mee.

Klik hier voor de Talking Heads-clip…

Grote kerel


Vanmiddag bezocht ik mijn moeder. Ze is bijna 79. Met de heersende griepepi- demie houd ik mijn hart vast. Eén thuiszorgmedewerker kan fataal zijn.

Op een bepaald moment zegt ze: “Nu wil ik iets zeggen wat je niet leuk zult vin- den”.

Het klamme zweet breekt me uit.

Een moment daarvoor nog liefhebbende zoon, die van zijn moeder geniet, tegen de horizon van de korte tijdspanne nog gegeven (zo voelt het, hoewel het nog jaren kan duren).

Ik ben onbepaald bang voor een vernietigend oordeel. Dus resoneren voorvallen in de vatbare leeftijd mee – want wat kan een vernietigend oordeel zijn?

Toen deden de moeiijk te begrijpen en daardoor des te omineuzere scheldwoor- den – ‘nagel aan mijn doodkist!’ en ‘kreng’ (“Dat betekent dat je door mij eerder doodgaat!” en “Dat betekent dood dier!”, verweet ik mijn moeder terug, na raadpleging van het woordenboek, nog immer niet begrijpend wat me nu zo alar- meerde) – me vooral mijn afhankelijkheid van mijn moeder voelen.

Ik zet me schrap om het oordeel in ontvangst te nemen. Heeft mijn oudere broer iets gezegd? Mijn jongste (gepardonneerd vanwege zijn schizofrenie)? Wordt het iets in de trant van “Al vanaf je jeugd…” – dat zijn vervelende?

Niet vanuit het negatieve


Gisteren interviewde ik een ervaren hulpverlener. Hij was voorgedragen door iemand die onderzoekt wat een goede hulpverlener maakt en wat een mindere. Dat wilde ik ook weten. Lees verder